India

Alandi – Nederland

Ik verblijf een week op een bijzondere plek – bij Mischa en Jaan. Ik volg een workshop tampura spelen bij de grote Dagarji-brothers uit India. Ze hebben dit keer een beroemde Pakawaj-speler meegebracht: zijn naam is Udhav en zijn spel is adembenemend…

Tijdens een van de sessies heb ik sterk het gevoel dat Udhav uitsluitend voor mij speelt. Die middag sta ik in het halletje en hij staat boven aan de trap. ‘Ik spelen voor jou’, zegt hij. ‘Jij naar India komen…’
En zo gebeurde het….

Mumbai – 25 januari 2001

Mijn aankomst op 25 januari in Bombay, het tegenwoordige Mumbai, vindt plaats in de vroege morgen. Alleen de ratten zijn nog op straat wanneer ik met de straattaxi bij het Isckon Hotel – de Hara Khrishna aankom. Ik geniet van de devotie in de tempel, van de lunch met Anjana, een bijzondere vrouw en Reikimeester. Tevens de eerste vrouw die ik in India tegen kom die zelf haar auto bestuurt. Ik geniet van de rit met de lokale bus door Bombay naar een groot meester: Ramesh Balsekar, die dezelfde lessen verkondigt welke ik, in alle eenvoud, dagelijks in de praktijk probeer te brengen. Ik geniet van het strand en de laatste viering van de Hare Krishna’s in de werkelijk prachtige tempel. Van mijn chai op straat. Het contact met de armen die in krotten wonen. Helaas, na twee dagen moet ik het hotel uit, het is voorlopig volgeboekt…

Diezelfde zondag vindt er een gebeurtenis plaats die de hele wereld zal schokken: de aardbeving in Guyarat, welke het leven zal kosten aan meer dan 30.000 mensen…

Op naar mijn Dhrupad leraar in Puna die ik leerde kennen op een Drupad-workshop bij Alandi in Nederland, met de taxi en een smerige bus. Moet dat nog steeds op deze manier? Ja dus! Zit naast een prachtige moslim en weet dat het goed is…

Puna

Dagarji

Na een telefoontje in de shop van een alleraardigste shopkeeper die me thee aanbiedt, haalt Dagarji’s (moslim) zoon me op met de rickshaw en stationeert me bij mijn gastgezin voor de komende tijd: een Jain familie. De sfeer in huis is prima, het voedsel heerlijk en ik heb een eigen kamer, sober maar luxe voor hier. Ik bevind me in de middenklasse. In mijn ogen, vergeleken met mijn eigen levensstijl, is dit echter het rijke India.

Breng mijn dagen door met drie maal per dag te voet naar Dagarji te gaan, waar ik uren op de grond zit en noten herhaal: do – mi – do etc. Met een eindeloos geduld in een omgeving die vele malen minder rustig is dan ikzelf! Ik breng healing waar nodig, laat simpel mijn handjes wapperen en Dagarji is verbaasd over mijn niet westerse manier van ‘zijn’ en de rust welke ik ben en uitstraal.

Ik open een nieuw Universum in mezelf: het universum van de vier dimensionale klank…

Dan belt Udhav. Udhav speelt Pakhawaj en begeleidt Dagarji tijdens zijn concerten. In zijn 10 woorden Engels vertelt hij me dat hij me mee wil nemen naar Alandi. Okay, maar dan wil ik daar een paar dagen blijven.
‘Why not?’

Weet ik veel waar ik aan begin…

Die middag pikt Udhav, die ik samen met Dagarji heb ontmoet, in gezelschap van zijn prachtige vrouw Sandhya, zijn drie ‘broers’ en zijn twee mooie dochters, me op. Ze spreken, behalve hij, geen woord Engels. Ik voel me echter volkomen thuis, repeteer eindeloos namen en geniet van het boeiende straatbeeld onderweg: de plastiek hutten, de mensen noem maar op. Het echte  India. O ja ik zou de koeien haast vergeten…

Alandi

Na ruim een uur rijden zijn we bij de ashram in Alandi. Meer een boerderijtje zoals bij ons zo’n 200 jaar geleden. En daar ontmoet ik een echt gerealiseerd mens. In alle eenvoud – in alle eenvoud…

Ik betoon mijn respect zoals gebruikelijk: kniel en raak de voeten aan van deze meester en breng mijn handen voor mijn hart. Zo groet je wanneer je meerderen bezoekt. Het zal hem trouwens een worst zijn. Hij is gewoon – heel gewoon. Niets beklijft nog aan dit mens.

De mooie monnik Bharat gaat als begeleider met ons mee en we bezoeken het tempelcomplex aan de heilige Indrarivier. Prachtig, ik ben eregast, krijg bloemenslingers, kokosnoten en tika’s en wordt met respect behandeld. Dat is het voordeel wanneer je in gezelschap bent…

Dan is er een fantastisch concert van tabla’s – fluiten en harmoniums. Ik zit eerste rang en geniet. Een vader naast mij knuffelt zijn zoontje. Het zoontje ziet mij, rent op me af en zeilt op mijn schoot waar hij zich volkomen thuis schijnt te voelen. Heerlijk!

Hand in hand loop ik met mijn nieuwe zuster, de vrouw van Udhav, op mijn blote voeten door het kolossale tempelcomplex. 1000en mensen zijn er voor darshan – 100en voor de yogalessen en nog eens 100en voor het concert. Sandhya zorgt voor mij met haar allesomvattende liefde en heeft me in gedachten reeds in een sari gekleed. Mijn panjabi is duidelijk niet goed genoeg!

Het wordt laat, erg laat. Udhav dropt me bij de ashram en stelt me gerust door te zeggen dat er ‘kamers’ zijn! Maharaj nodigt me uit op de harde eetkamervloer en ik krijg nog wat te eten. Ondertussen is mijn ‘bed’ gespreid op de lemen vloer in de stalachtige ruimte tussen de vrouwen en de niet monniken van de ashram en lig ik gekleed en wel op de keiharde en koude vloer mijn nacht door te komen. Volledig tevreden en volkomen helder en op mijn plek – daar waar ik op dat moment hoor te zijn.

Ashram

Het ochtendritueel in de kleine ashram start om vijf uur. Het enige optreden in het openbaar van Maharaj Guruji is een lezing om half acht. Ik zit erbij, luister naar de klanken van het Marathi en kijk naar de gezichten van de monniken. Een en al aandacht. Maharaj – Guruji: stilte in beweging. Zoveel schoonheid daar op die simpele troon, in die simpele dhoti met het kapotte T-shirt. Niets is er wat afleidt. Geen kaarsen, geen wierook, een simpele foto van de lineage aan de wal, niets. Wanneer de telefoon gaat neemt iemand die op. Maar de aandacht blijft – er is geen enkele verstoring…

Ik krijg mijn ‘privélessen’ onder onze gezamenlijke maaltijden in zijn simpele Engels. In mijn alles behalve perfecte Engels begrijp ik zijn boodschap volkomen. Want deze is volledig ontdaan van elk uiterlijk vertoon. Hijzelf is de boodschap geworden en snuit zijn neus in zijn dhoti zoals iedereen, schraapt zijn keel, kwat buiten de deur op de grond en eet met zijn handen, de rechter wel te verstaan. De linker gebruik je hier namelijk voor andere doeleinden.

Ik lach veel. Een van de drie kwaliteiten van God is volgens hem vreugde. Dit laatste beaam ik volledig!

De levensstandaard hier is miniem. Zelfs de koeien zijn beter gestald bij ons. Maar de kwaliteit van leven is hoog, grenzeloos hoog. Ieder slaapt in zijn kleding -neemt ‘s morgens een ritueel bad en verder brengt ieder de lessen van die dag in de dagelijkse praktijk, de natuur hierbij als leermeester gebruikend!

Iedereen is God

‘You are That’, zegt hij tegen mij. Yes, ik begrijp dit. ‘Iedereen en alles is God’. Ja ik weet wat hij bedoeld. Het zijn immers uitsluitend onze gedachten die een scheiding teweeg brengen.

De vrouwen nemen me die avond mee naar de tempel. We kunnen geen woord wisselen, maar het voelt natuurlijk en vertrouwd. We gaan eerst op theevisite. De vrouw kent een woord Engels, ze noemt me ‘sister’. Dan krijg ik weer die speciale behandeling in de tempel, de bloemen etc. Hoeft niet echt voor mij, maar als ik zie hoe de priesters stralen… Ze zien hier immers zelden een blanke…

Er is plaats voor iedereen in de ashram. De hummel van de wasvrouw heeft evenzeer haar eigen plek als het stokoude vrouwtje wat met haar neus bijna de grond raakt. Ieder doet wat hij heeft te doen. En Guruji is daar als de vader van allen. Hij luistert naar de lessen van zijn discipelen en vult aan.

Wanneer alle sluiers van illusies verdwenen zijn dan blijft er alleen maar helderheid. En dat is hij: pure eenvoud en helderheid. Geen gedachten meer. Nog slechts dit lichaam wat handelt. Het handelt door het lichaam, Guruji handelt niet meer, Guruji is.

Die tweede avond zit ik naast een vrouwelijke student van hem op de lemen vloer. Zij spreekt Engels en mag af en toe zijn boodschap voor mij vertalen. Na het avondeten (we zijn met vieren: zijn directe leerlingen – de monniken eten in hun eigen ruimte) vertelt hij me dat ik een broeder die geen woord Engels spreekt zeer gelukkig heb gemaakt: ‘Hij werd helemaal blij door naar jou te kijken – je straalt zoveel vreugde en blijheid uit’. Ik ben geroerd. Zeg dat ik me heel dankbaar voel dat ik daar mag zijn. Hij zegt dat hij heel dankbaar is dat ik er ben…

Ik heb ‘gepland’ de volgende morgen terug te gaan. Heb een klein beetje een schuldgevoel naar Dagarji – wetende dat over twee dagen Udhav me opnieuw komt halen om me mee te nemen naar zijn dorp. Maar ook dat mag ik nog loslaten…

Guruji heeft duidelijk andere plannen. En ik laat het maar gewoon gebeuren. Dus ben ik die morgen, zonder enig verzet, weer bij de les. Wanneer ik na afloop mijn meester ga groeten, zegt hij in zijn Engels, terwijl hij me aankijkt met die schelmse ogen van hem: ‘Zo, de les van vandaag was dus: Er is maar één wil en dat is Gods wil’. Ik kijk even ondeugend terug en zeg dat ik het volkomen begrepen heb…

Ik waag we toch maar uit de kleren, neem mijn rituele bad en geniet van de stilte van de ashram. Ik heb volkomen mijn plek en niemand geeft me het gevoel dat ik teveel ben of wat dan ook. Mijn zijn hier lijkt voor ieder een vreugde, maar is dat vooral voor mijzelf.

Na de lunch kondigt Maharay aan dat ik om 14.00 uur met hem meega naar Puna. Daar zal hij me op de rickshaw zetten. Hoewel dit het India is waar ik het meeste van hou, maakt mijn lichaam zich los van deze verlokking en stap ik bij mijn ‘spiegel’ in de auto. Om vervolgens mijn weg te vervolgen naar de andere kant van de illusie, het rijke Puna.

Ik weet dat ik ten alle tijde welkom ben in de ashram. Ik weet dat ik zijn mala mag dragen. Ik weet dat ik die mala al draag. Want hij is mijn spiegel en er is niets tussen hem en mij – dus heb ik de uiterlijke mala niet meer nodig.

Terug naar Puna

Dankbaar voor deze dagen breng ik wat tijd door met mijn lieve gastvrouw en begeef me vervolgens op weg door de drukke straten van Puna: door de rickshaws, de mensen, de mooie groenteverkopers op weg naar mijn leraar Dagarji. En zie, de kinderen van de werkers hebben me reeds gemist. Zij laten dit openlijk blijken door me stralend en enthousiast te begroeten.
Ook Ketki, een elfjarige studente van Dagarji, heeft me gemist. Ze is rijk. Rijke en lieve ouders. Dhrupadlessen in de ochtend en in de avond. ‘s Middags naar school, daarna acteerlessen. Zeven dagen in de week. ‘Heb je ook vriendinnetjes’ vraag ik haar? Ja, jij toch… Ik geef haar een knuffel en heb met haar te doen. Zie de stralende smoeltjes van de kinderen van de arme werkman voor me. Rijke smoeltjes…

Aardbeving

India staat in het teken van de aardbeving. Er zijn inmiddels zo’n 30.000 doden geregistreerd. Er is veel kritiek op de aanpak van de regering. De echte hulp komt van buiten.

Maar het leidt ook de aandacht af van de actuele problemen: de gigantische armoe door overbevolking. De desinteresse van de hogere kaste. Het lijkt wel of zij zelfs niet weten hoeveel arme broeders en zusters ze hebben hier in hun eigen India! Kortom, ik zie dat mensen overal mensen zijn, hier net zo goed als bij ons. De moslims bestrijden de katholieken en halen de oude Boeddhistische monumenten neer. Heb in verschillende huiskamers mogen kijken van verschillende ‘kasten’ en geloof me, ze hebben net als wij hun eigen sores. Ze gaan er anders mee om, minder gestrest, hun ego is doorgaans minder groot.

De huwelijken welke ik tot nu toe gezien heb, veelal gearrangeerd, voelen doorgaans stabieler dan onze vrije liefdeshuwelijken. Er is veel respect naar elkaar. Ook het respect van kinderen naar ouders is er nog steeds. Ik praat niet over slaafsheid, maar over gezond respect. Eerbied en geloofsbeleving maken dat het leven anders ervaren wordt dan bij ons.

Alles heeft een positieve kant. Pakistan heeft na anderhalf jaar zwijgen dit zwijgen verbroken en hulp aangeboden. Pakistaanse vliegtuigen vliegen dus voor het eerst India in. Hoera! Wij hebben dus blijkbaar nog steeds ‘negatieve’ ervaringen nodig om daar een ‘positieve’ omwenteling aan te geven…

Om shanti,  30 januari 2001

 

Aurangabad – deel 1

Ik kreeg amper de tijd om te acclimatiseren in Puna na mijn intense dagen in Alandi. Uddav belde de volgende dag al op om me te vertellen dat hij me diezelfde middag op zou halen in het huis van Dagarji om me mee te nemen naar zijn dorp. Ik heb dus nauwelijks tijd om nog wat met Dagarji te doen. Het zal wel zo moeten zijn. Dagarji heeft een spannende tijd na het overlijden van een van de laatste Dagarji brothers en ook omdat hij zijn huis moet verlaten. Hij heeft niet echt de innerlijke ruimte om mij les te geven. Bovendien is datgene wat hij vraagt voor zijn lessen zo ver boven mijn begroting, dat ik vanaf het begin al wist dat het allemaal anders zou gaan lopen. Maar dat had ik al voorspeld voordat ik aan mijn trip begon!

Het dorp van Udhav

Udhav en zijn hele familie halen me voor de tweede keer op in het huis van Dagarji. Het wordt dit keer een hele rit. Negen uur met de kar, over wegen die veelal geen wegen meer waren. Een chauffeur die iets van een engel had. Onvermoeibaar en uiterst geconcentreerd wist hij elke beroerde situatie te hanteren. Hij overbrugde de hele afstand zonder zelfs een slokje water. Halverwege hadden we een eenvoudige maaltijd. Midden in de nacht kwamen we aan in niemandsland. De oude vrouwtjes welke op de grond slapen in de stal worden wakker gemaakt en maken thee voor ons. Niemand spreekt een woord Engels, Udhav zeer gebrekkig. Ik kan je niet vertellen wat ik daar heb mogen beleven. Zo mooi en zo puur. Het dorp heeft 3000 inwoners, ik heb ze alle 3000 ontmoet. Heb minstens 20 huisjes van binnen gezien. Alle schoolklassen bezocht, klassen van gemiddeld 60 leerlingen op een ruimte die nauwelijks groter is dan een kwart van onze schoollokalen. Op verzoek een woordje ‘gesproken’ tot de leerlingen en hun stralende leerkrachten. Zij beginnen hun dag met het wereld vredesgebed op de speelplaats. Wat een kracht. Met de mannen Kirtans gehouden: spirituele bijeenkomsten waarin een Maharaj spreekt, bhajans gezongen worden en muziek wordt gemaakt op de vina, de pakawaj, het harmonium en met bellen. Deze bijeenkomsten gaan de hele nacht door, waarna ze de volgende dag met een maaltijd worden afgesloten. Met de vrouwen gepraat door ze ‘aan te raken’. Dat gaat me van nature gemakkelijk af en zij laten dit maar al te gretig toe. Melk karnen met Nani, steentjes uitdelen aan de vrouwen. Spelen met de kinderen en vooral heel veel lachen. Er zijn geen woorden voor, overal waar ik ben stroomt het hele dorp achter me aan. Wanneer we ’s nachts thuiskomen ligt Sandhya, Udhav’s vrouw, te schudden van de koorts. We stoppen haar eerst onder extra dekens. Ik begin haar te behandelen en vijf minuten later is ze in een droomloze slaap.

Er wordt op een ontroerende manier voor me gezorgd. Waar ik ben reizen de flessen water met me mee. Wanneer het licht uitvalt verschijnt er uit het niets een kaarsje. Er wordt water gekookt, zodat ik warm kan ‘emmeren’ en dit alles gebeurt zonder dat ik ergens om hoef te vragen.

Het dorp van Udhav is ongetwijfeld een van de mooiste en gelukkigste dorpen ter wereld. Ik heb nergens iets van stress gezien, ondanks de soberheid en soms zelfs ook armoede. Het dorp is goed beschermd en gelukkig onvindbaar voor toeristen…

Na twee dagen moet ik deze staat van gelukzaligheid verlaten, tot groot verdriet van mijzelf en iedereen, om te verkassen naar de plek waar Uddav zijn werkveld heeft en zijn pakawaj lessen geeft. Ik vertrek met de zegeningen en een tika van Bapuji – de vader van Uddav – zelf en een sjaal die bij deze ceremonie hoort. Wederom rijden we 5 uur met de kar door landerijen welke allen in eigendom zijn van mijn gastheer en dan zit ik ineens in de stad en in een studentencampus…

Luisteren naar muziek en concerten bezoeken. Ik zie de opvolger van de Dhrupad, de Khayal zingers. Deze worden niet begeleid met pakawaj maar met de latere tabla’s. Overal waar we komen wordt Uddav gehuldigd. Het is een grote eer voor zijn dorp en voor de hele campus dat hij naar Europa is geweest. Het zijn alleen de hele ‘groten’ voor wie dit is weggelegd. Aangezien ik zijn gast ben valt deze verering ook mij ten deel en word ik voortdurend in de bloemetjes gezet. Ik ga mee naar ‘familie’: dit zijn andere warkories en studenten van Bapuji of studenten van Uddav zelf. Uddav is enig kind. Zijn 92 jarige vader Bapuji is de heilige van dit district en zeer geëerd, al is hij inmiddels bijna blind. Hij loopt elke dag minstens nog een uur, doet zijn rituelen en wil me nog steeds Pakhawaj leren spelen, maar dat is niet echt iets voor mij!!

Eregast met Bapaji

Ben mee geweest naar de gearrangeerde bruiloft van de eeuw. Zit eerste rang op de grond voor het kolossale versierde podium met Uddav en Bapuji tussen de leden van het Ministerie van Maharastra etc. En al deze hoge pieten betonen mij hun eer. We gooien zeven maal een handje vol rijst richting bruidspaar tijdens de ceremonie. En ik voel me net zo thuis tussen alle gasten die regelmatig mijn sari komen bewonderen, dan voorheen in het dorp. Achter mij zitten duizenden mensen – lager van rang – op stoelen

De bruid heeft mij persoonlijk -na het ritueel- uitgenodigd op het feestmaal. Ik sta vaker op de foto dan het bruidspaar zelf. Gelukkig had ik net twee sari’s gekregen en die ochtend een kleermaakster gevonden. De mooiste van heel India en een devote van Guramaj. Daarom maakte zij voor mij in een dag mijn blouse, gaf me de beschikking over haar badkamer, kleedde me aan in haar huis en zette me na een innige omhelzing op de rickshaw naar de campus, waar ik net op tijd aankwam om samen met de grote Bapuji in de taxi te stappen voor deze happening van het jaar!

Ik ben eregast op de campus. Na mijn eerste nacht in Uddav’s ‘bed’ heb ik een eigen kamer gekregen, waar ik na een fikse reiniging erg blij mee ben. Werd gisteren door de chairman Sri Kadam uitgenodigd op het diner. Een plaatje, rijk maar ongehecht. Hij woont in een prachtige huis maar is o zo gewoon met zoveel respect. Ik vertelde hem bij onze eerste ontmoeting dat hij een heel mooi mens was. Hij was even stil, keek me aan en zei: ‘Nooit in mijn leven heeft iemand dit tegen me gezegd.’ Later zei hij: ‘Maar jij bent ook een heel bijzonder mens!’

Tijdens het diner zei ik dat hij niet alleen mooi was, maar dat hij ook nog de mooiste vrouw van de wereld had. Dat is nog niet alles, hij is een bevoorrecht man met drie prachtige dochters, allen artsen en een plaatje van een kleindochter. Dat hij een bijzonder mens is blijkt uit het feit dat in zijn kamer een schilderij van het laatste avondmaal aan de muur hangt. Verder vind je er beelden van de Boeddha en zijn eigen Hindoeïstische afbeeldingen. Deze man, dit koppel, is voorbij een specifieke religie en heeft zich verbonden met de Bron van alle bestaan. Ik heb genoten en  heerlijk gegeten, met veel groenten en fruit, dus ik kan er weer even tegen na al die chappati’s…

Vanmorgen nog een vierde sari gekregen bij zeer eenvoudige maar o zo prachtige mensen. Iedereen straalt en is zo blij. En dit ging weer gepaard met een hele ceremonie: een tika, een krans met bloemen, een handjevol rijst, een stukje kokosnoot en een munt om mij te wensen dat voorspoed me voortdurend moge vergezellen. De fotograaf werd er zelfs bijgehaald. Dat was dus een uitnodiging voor het ontbijt en ondanks het feit dat ik zelden ontbijt, is het heerlijk. Gelukkig ben ik flexibel en eet ik, tot grote vreugde van mijn gastheren en vrouwen, alles wat ik voorgezet krijg.

Mocht ik al ergens moeite mee hebben, dan is de plek van Uddav erg smerig en eten bij het aanrecht waar allerlei troep onder ligt is soms een beetje te veel van het goede, zelfs voor mij. Maar gelukkig eten we veelal op ‘uitnodiging’ buiten de deur. Hoe schoon mensen op hun lichaam zijn: elke dag begint met een rituele reiniging van het lichaam, de tanden etc. Daarna het gebed, ofwel de ceremonie, de mantra’s, het wierook en dan is pas het ontbijt. Op hun omgeving zijn ze vaak niet erg proper, vooral niet wanneer er geen vrouwen zijn zoals hier op de campus. Wanneer je mijn kamer had gezien toen ik die kreeg had je het niet geloofd. Behalve de vloer is daar in jaren nooit iets aan gedaan!

Terwijl we op visite zijn bij vrienden, belt Uddav zijn vrouw Sandhya. Volgens haar mist iedereen me, zegt hij, het hele dorp. Dan krijg ik de hoorn en spreken Sandhya en ik ‘Engels’ door de telefoon: ‘Ik mis je – ik jou ook…’

Grotten in Ellora

Ik ga met Uddav en de mooie Jaentie een dagje naar de beroemde grotten in Ellora. Prachtige staaltjes van beeldhouwwerk in een gigantisch tempelcomplex, welke uitgehouwen is in de rotsen. Ik zwerf alleen rond en geniet. We eten later het door Jaentie meegebrachte voedsel. Daarna bezoeken we de beroemde Shivatempel Ghrisheshwar voor onze puja van deze speciale dag. Ik voel me wederom een gezegend iemand.

Warkorie

Udhav is een Warkorie. Warkories zijn een spirituele sekte in de staat Maharashtra. Deze pelgrims wandelen soms uren op blote voeten naar heilige plekken zoals Alandi, Pandharpur en Devu voor darshan van Saint Dhyaneshwar, Lord Panduranga and Saint Tukaram. Zij leven sober: ze eten geen vlees, gebruiken geen alcoholische dranken, zij jagen niet naar bezit. Veelal zijn ze gewoon getrouwd, maar relaties naast hun huwelijk zijn niet toegestaan. Hun leven is een voortdurende staat van in meditatie zijn. Bijna heel zijn dorp en ook hier veel mensen die we ontmoeten zijn van deze ‘sekte’. Ook die mooie man welke ik ontmoette in Alandi, de Maharaj van de Ashram. Alandi is nl. een van deze drie heilige plekken.

Deze vormen van muziek zijn verschillende uitingsvormen van meditatie. De muziekleraar is je Guru en je gaat dat begrijpen wanneer je iets gaat voelen van binnen van deze muziek. Trouwens elke leraar wordt hier in India een guru genoemd. Het eerste wat je moet leren voordat je aan muziek kunt gaan denken is uren roerloos op de grond zitten. Verder sta je om 5 uur op om te oefenen, minstens zo’n 5 uur per dag. Dit doe je dan dertig jaar lang, nee je hele leven! Dat kunnen wij westerlingen niet opbrengen: deze concentratie en deze devotie!

Na zeven dagen in dit paradijs en mijn tas boordevol geschenken besloot ik om deze morgen te vertrekken naar Puna. Ik moet zeggen, het deed pijn in mijn hart. Het was meer een gevoel van solidariteit naar Dagarji. Bovendien was mijn rugzak nog in het huis van mijn gastgezin.

Ontmoet ik op de valreep een prachtige Swami. Hij geeft een spirituele workshop dit komende weekeinde en nodigt mij daarvoor uit. En aangezien ik weet dat toeval niet bestaat, heb ik niet zo veel tijd nodig om JA te zeggen. Dit tot grote blijdschap van Uddav en zijn 92jarige vader Bapuji, welke de moed nog niet opgegeven heeft en een nieuwe kans ziet om mij alsnog pakawaj te leren spelen.

Dus, mijn tas maar weer uitgepakt na de ontmoeting met die prachtige Swami. Mijn gastgezin in Puna gebeld en gevraagd om mijn spullen maar in de rugzak te gooien, kunnen ze mijn kamer gebruiken. Dagarji laten weten dat ik stop met verdere lessen, dat zat al ergens in de pijplijn. Bapuji is niet alleen blij dat ik nog even blijf, iedereen is blij. Ik ook, dat ik het mag laten gebeuren en ondergaan: al deze geschenken, al deze intense ontmoetingen, het is niet te geloven!

Ontmoeting

Tijdens mijn reis naar Zuid-Afrika: boek Liefde is Al Wat Is, ontmoette ik in het huis van Zr. Mary in Geluksdal Zr. Euphemia uit Shillong in India. Het was een ontmoeting waarin twee harten elkaar onmiddellijk raakten. Er was zulk een diep verwantschap – puur zusterschap. ‘Kom alsjeblieft naar Shillong’, vroeg ze. We hebben je daar nodig. En nu ik toch hier was…

Heb met veel moeite Shillong in de Noord-East weer kunnen bereiken. Volgens mijn vriendje Danesh moet ik daar beslist niet naar toe. Is veel te gevaarlijk. Euphemia is ziek en waarom weet ik niet, het voelt ernstig. Het is trouwens toch wonderlijk: Udhav kon niet repeteren, had na Europa vreselijk last van zijn arm. Ik heb hem behandeld en gezegd dat hij twee dagen niet moest spelen. Had ik net zo goed tegen de deurklink kunnen zeggen. Hij geeft lessen en speelt vijf-zes uur per dag!! Geen enkele last meer!!

Hopelijk mag ik wat doen voor Euphemia. Ik heb gezegd dat ik probeer eind van deze maand daar te zijn. Ik zie wel. Hoopte op Shivaratri in Varanasi te zijn. Nou dat zit er dus niet in. Het concert van Dagarji gaat niet door wegens een sterfgeval. Ik zou aanvankelijk alleen gaan, maar dat heb ik dus bij deze inmiddels ook gecanceld. Eerlijk gezegd heb ik dat allemaal wel gehad, het is van geen enkel belang meer. Zo zie je maar weer, ik stroom met de stroom en laat gebeuren wat op dat moment belangrijk schijnt te zijn. Het weer is een kleine struikelblok. Zo’n kleine veertig graden overdag, aanzienlijk warmer dan in Puna. Dat breekt me de nek. Maar ik hou me wel koest tijdens de heetste tijd van de dag.

Krijg de kans om toch nog wat te gaan zingen hier, want dat mis ik wel. En al is Dagarji de absolute top op dat gebied, ik heb hier een mooie ‘tweede’ ontmoet.

Om Shanti is ook hier het toverwoord…

Aurangabad – deel 2

Udhav zou deze middag vertrekken voor een concert in Bombay. Aanvankelijk zou ik  met hem meegaan. Maar zoals altijd  heb ik zelf niets te beslissen, alles wordt van hogerhand geregeld. En niet altijd zoals ik het wens! Dit keer zou ik dus hier blijven voor een workshop van die mooie swami. Die had echter contact opgenomen met het hoofdkantoor in Bangalore, waar ze vonden dat ik als buitenlander deze workshop in Bangalore moest komen doen. In eerste instantie ging me dat toch een beetje al te ver, maar had ik aanvankelijk niet gezegd dat ik naar Bangalore zou gaan? Zal ik dus toch nog met Shivaratri in Bangalore zijn!

Wereld VredeCongres – Mr. Karat

Udhav heeft zijn trip naar Bombai uit kunnen stellen naar die avond. Hij heeft zich in zijn hoofd gezet dat ik de belangrijke Mr. Karat moet ontmoeten en nu de gelegenheid zich op een presenteerblaadje aandient, liet hij zich deze kans niet ontgaan. Onverwacht komt Mr. Karat naar Aurangabad om op 60 jarige leeftijd gehuldigd te worden voor zijn ontelbare verdiensten, waaronder de oprichting van het Wereld Vredes Congres. We komen te laat, maar onze stoelen zijn gereserveerd. Wanneer we aankomen word ik met een Namaste vanaf het podium door Mr. Karat himself begroet! Ik ben blij dat wederom Shashi mijn sari klaar had en me aan heeft gekleed die dag zonder dat ik wist wat me te wachten stond! Terug op de campus moest ik meteen mee naar deze onverwachte gebeurtenis. En al weet ik dat ik ook in mijn gewone kloffie nog een eregast zou zijn geweest, nu voel ik me toch meer ‘in de toon’ wetende hoe fantastisch ze een westerling vinden en dan nog wel eentje in sari!

Ja er wordt voortdurend voor mij gezorgd. Ik voel me net de koningin zelf! Meer dan dat, toen ik in mijn prachtige zijden sari langs Udhav voortschreed naar deze ceremoniële bijeenkomst op de Ramakrishna Vivekananda school. Vivekananda, een groot heilige, overleden op jeugdige leeftijd in het begin van de vorige eeuw, is de grondlegger van deze filosofie, welke beweerd dat wetenschap en religie samen een perfecte harmonie en vrede teweeg brengt in de mens en dus in de wereld.

De filosofie is tevens geënt op de ideeën van Ghandi: de drie H’s:

· Hoofd = kennis van het ZELF

· Hart = vreugde

· Handen = actie

Deze drie moeten in harmonie zijn. Ofwel volgens Yasmin herself: wanneer hemel en aarde samenkomen in het hart…

O jeetje, het programma loopt uit en uit. Leerlingen dansen, zingen etc. etc. Erg mooi, maar die sprekers die sprekers… Zoveel woorden, teveel. Dan is het zeven uur en gelukkig heeft Uddav niet  naar mij geluisterd, anders waren we gegaan omdat ik niet wil dat hij deze laatste bus naar Bombai mist! Ik word op het nippertje voorgesteld aan de mooie Mr. Karat. Betuig hem mijn eer, waar hij niets van wil weten. Het is zijn eer en Uddav moet dan wel gaan, maar hij wil heel graag dat ik blijf. Ik kies er echter voor om mijn lieve vriend op de bus te zetten. Ik krijg een mooi boekje van Mr. Karat, waar onder andere een foto van de tweeënnegentig-jarige Bapuji instaat als een van de voorvechters voor vrede hier in India.
Mr. Karat geeft me tevens zijn kaart: Alsjeblieft, zoek me op. Het is zo nodig dat we samenwerken – en dat alles alsof ik niet een heel gewoon mensje ben…

Wederom ben ik diep geroerd door de eenvoud van deze man, opgegroeid als eenvoudige boerenzoon in een klein dorp. Elke dag liep hij kilometers naar school om van de roepies die hij op deze manier bespaarde zijn studieboeken te kunnen betalen. Niks verwaand, gewoon eenvoudig, dat is zijn wezen. Heeft een prachtige uitstraling en veel respect en is heel erg aanwezig. De lieve Danesh, twaalfjarige leerling van Uddav, neemt me mee naar zijn sportschool. Ook hier is iedereen aanwezig om mij te verwelkomen. Ik zie vormen van dans en yoga. Maar dan laat Danesh me een staaltje zien van perfecte bodyconcentratie en souplesse: Malkov is de naam van deze tak van yogasport. In een 5 meter hoge paal doet hij yogaoefeningen waarvan mij de koude rillingen (van genot) over de rug lopen. Wat zijn wij toch krukken!

Volgens Danesh is het zo dat de Indiër zijn gast op dezelfde manier behandelt als een God. Ik kan alleen maar zeggen dat ik dat beaam. Het is meer dan waar, waar ik ook kwam. Zelfs in het armste huisje kreeg ik een glas water – voor niets…

Bapuji is overstuur. Hij vertrekt voor 2 dagen en wil niets liever dan mij meenemen. Maar ik heb net beslist, of liever dit werd voor mij beslist, om de uitnodiging in Bangalore te accepteren! Ik mis daardoor wel iets heel bijzonders. Simpel waar Bapuji komt daar is wat te beleven. Ieder hier heeft respect voor deze heilige – in onze ogen ongetwijfeld vieze oude blinde man!
Hoe dan ook, ik moest pakawaj spelen. En hij is nog steeds een uitstekende leraar en verrekte helder en alert. Omdat het zo goed gaat met Uddav’s arm vindt hij dat ik ook hem moet behandelen. Zijn rechterarm functioneert niet meer feilloos na een hartaanval en hij denkt dat ik die wel kan ‘repareren’. Grappig, hoe zelfs de grootste ‘heiligen’ zich voor advies naar mij keren! Hij noemt mij zijn zuster, maar daar is Uddav het niet mee eens – dus blijft het Bapu.

Ik neem Danesh mee voor een halve dag sightseeing. We bezoeken de grotten in Aurangabad en de replica van de Tai Mahal. Ik geef mijn dingen vol vertrouwen uit handen aan de 12-jarige ‘man’ Danesh. Hij zal het wel eens allemaal regelen! Nou hij gaat ervan uit dat elke rickshaw rijder de westerlingen bedondert, dus accepteert hij ook het verlaagde aanbod van 85 R niet. Achteraf blijkt dat hij nooit eerder naar de grotten is geweest, dus niet eens weet hoe ver het is, en geloof me, het was een koopje geweest! Resultaat: ik sjok naar de bus. Vind ik prima hoor, ik hou van de bus en alles wat er bij hoort, maar het is verrekte heet hier! Dan moeten we toch nog een rickshaw hebben naar de grotten die buiten de stad in de heuvels liggen. Afijn, wanneer we het eerste gedeelte bekeken hebben, erg mooi hoor maar heel veel klimmen, moeten we lopen naar de andere kant, een paar kilometer, want de rickshaw is weg – en hier aan het einde van de wereld vind je er geen. Gelukkig heb ik een halve liter water bij me. Het is inmiddels op het heetst van de dag. Pakweg tegen de 40 graden. Geen probleem voor Danesh. En ik besluit er geen probleem van te maken…

Positieve gedachten

Ik leer hem een lesje over de wet van de manifestatie: Positieve gedachten leveren positieve acties op etc. Hij is een goede leerling en begrijpt het onmiddellijk. Wanneer er een knul op een brommer komt, is die direct genegen ons mee te nemen naar de Tai Mahal replica. Bespaart ons een andere vijf kilometer lopen.. Dus brengen we het geleerde samen in de praktijk en maken we er gewoon een leuke dag van.

Goed, toen ik gisteren vertrok en nog wat moest regelen, zouden de knullen het ook wel weer even doen. En ik moest ook nog geëerd worden: een puja dus. Ik ging nog zover mee dat ik de straat opging voor de aankoop van de kokosnoot en de bloemen. Maar de fotograaf, nee stop dat doen we wel met mijn toestel. Ook al duurt het even voor die foto’s klaar zijn. En daarna Danesh nemen we een rickshaw en dat regel IK deze keer, oke? Nou ja, vindt Danesh, vooruit dan maar. We vertrekken om half elf na het afscheid met de kokosnoot en de bloemen. Ik moet nog naar de bank, een airticket regelen, mijn panjabi ophalen bij Shashi en dan ben ik net op tijd voor de laatste sneldienst naar Puna om 13.00 uur! Nou ja sneldienst, als de wegen vol zitten dan kun je niet sneller dan de trage dienst. Het is al voorbij zevenen en donker wanneer ik in Puna kom. Ik krijg de nodige waarschuwingen voor al die vreselijke ricksaw rijders. Weiger dit te geloven. Ik heb niet één keer problemen gehad, behalve wanneer ik samen was met Uddav of iemand anders, dan willen ze ineens niet de meter gebruiken. Ik hoefde er tot nu toe niet om te vragen. Ook dit keer tref ik weer een plaatje. Die ook nog wat Engels spreekt en ook nog weet waar ik moet zijn, want dat is uitzonderlijk. Het verkeer is zoals meestal een complete chaos. Een spel van elkaar ontwijken en het geluid van toeters. Het zit helemaal vast. Maar om 20.00 uur ben ik dan toch ‘thuis’. En geniet weer van het ‘schone’ huis en het heerlijke eten. Asha, mijn gastvrouw, is een wonder.

Afscheid Dagarji

Ga afscheid nemen van Dagarji. Ik maak geen verdere plannen en laat los of we elkaar nog gaan zien voor ik naar Nederland vertrek. Maar al is hij een klein driftkikkertje zo nu en dan, het is een uitzonderlijk mens en ik voel dat ik van hem houd. En dan laatste is ongetwijfeld wederzijds.

En zo vliegen we dan morgen naar Bangalore. De telefoon daar is al dagen geblokkeerd. Ik kan geen reserveringen maken en zal wel zien of ik welkom ben en anders nou ja, dan zal er zich wel iets anders voordoen. Alles wijst erop dat ik toch naar Bangalore moet. Al had ik dat naar mijn gevoel inmiddels los gelaten – het heeft mij blijkbaar NIET los gelaten. Dus ben ik met Shivaratri in Bangalore…

Bangalore

Dus daar ging ik dan. Niet meer met tegenzin maar gewoon, oké als het zo moet zijn dan vlieg ik dus naar Bangalore en wanneer ze me daar niet willen in die ashram dan sturen ze me wel terug. Het vliegtuig was een uur verlaat. De vlucht is mooi. Ik gun mezelf een pre-paid taxi voor het eerst in mijn leven – lekker gemakkelijk – en geniet van de ‘schoonheid’ van Bangalore, al die bloeiende bomen. Waarachtig het voelt koeler dan in PUNA. Een uurtje later sta ik voor de poort van de ashram. Terwijl ik onder de poort doorstap weet ik dat ik niet een cursus hier ga doen… Ik moet een uur wachten want het loopt een beetje storm voor Shivaratri, maar dan heb ik een kamer: Shiva 2. Gelukkig is er iemand op de kamer want een slotnummer heb ik niet gekregen. Het is Sue uit Canada en zij is op weg naar – juist ja Shillong om daar een schoolproject op te starten. Over toeval gesproken!

Jai Guru Dev

Na al die intense ervaringen ver weg van westerlingen voel ik me een beetje op ‘visite’ op deze mooie plek. ’s Avonds wordt onze kamer uitgebreid met een Indiase dame met baby. Maar dat zijn allemaal dingen die me totaal niet storen, integendeel. Alles moet ik echter zelf uitvinden, er is niemand die iets doet aan de introductie voor nieuwkomers. Die avond zie ik Guruji in de ashram en ik heb het gevoel dat ik de enige ben die gewoon geniet van dit mooie mens zonder zichzelf te verliezen en dat is het dan…

De volgende dag loopt het nog voller. Er zijn puja’s met veel vuur etc. Heet is het inmiddels ook hier, de ashram ligt lager dan de stad dus heet… Ik voel me thuis en toch ook weer niet. Ik zie van alles, ervaar van alles. Er is aandacht voor bekenden – en vooral voor Guruji – maar niet voor nieuwkomers. Af en toe een stralend: ‘Jai Guru Dev’, wat me niet echt bevalt. Geef mij maar het universele ‘Namaste’. Guruji is een plaatje van wijsheid, liefde en kinderlijkheid. Hij speelt, evenals ikzelf, graag en neemt het leven niet al te serieus. Ik twijfel niet aan zijn kwaliteiten. Integendeel, ik heb respect voor alles wat er om hem heen plaats vindt en vorm krijgt. Ik begrijp dat deze plek een zegen is voor velen en velen komen hier hun accu opladen. Maar toch weet ik met absolute zekerheid dat ik hier geen deel van zal uitmaken. Ben ik de enige die niet in extase raakt bij de aanschouwing van de guru, vraag ik me af? Toch ontmoet ik een aantal leraren die niet uitstralen wat je zou verwachten, alleen wanneer Guruji ten tonele verschijnt verandert de energie…

Shivaratri

Shivaratri, daar kwam ik uiteindelijk voor en dat wil ik meevieren hier. Mijn oefeningen en meditaties doe ik aan het meer. Die plek is er alleen voor mij en heerlijk koel in de vroege ochtend. Om 9.00 uur is het puja. Ik heb het gevoel dat ik in de hoogmis zit. Om mij heen vallen de mensen in slaap. Mijn knieën doen niet zeer – mijn kont doet zeer van de harde grond. Een maand lang leef ik inmiddels veelal op de grond. Af en toe schieten de mensen wakker – voor de consecratie, om dan vervolgens weer in te dommelen. Want het hoogtepunt is de communie, het moment waarop de Guru verschijnt. Of eigenlijk is het werkelijke hoogtepunt na de communie, wanneer het prasaad wordt uitgedeeld en velen die voor deze dag gekomen zijn elkaar ontmoeten. Ik geniet van het kijken naar al die mooie mensen, al die mooie ontmoetingen…

De dag daarop begint alles een beetje te normaliseren. De meeste mensen vertrekken en morgen -vandaag dus – gaat Guruji op tocht met zijn volgelingen. Ik zal daar niet bij zijn. Ik doe mijn eigen puja aan het meer en geniet van de zwaluwen die over het water scheren. Ik geniet van alles, de stilte, de zon die opkomt en de koelte die duurt tot half negen…

Dan krijg ik even een aantal uren het gevoel van desoriëntatie. Ik voel me als een vreemdeling welke ronddoolt op de planeet mars.

Afijn, vandaag is er gelegenheid voor darshan, ontmoeting met de Guru. Ook dat hoeft voor mij niet meer, ik blijf dus op mijn kamer, lekker koel, en hou het even voor gezien. Nu ik toch in Bangalore ben kan ik ook het aanvankelijk plan om een project van een vriend te bezoeken ten uitvoer brengen. Omdat Guruji vandaag zou vertrekken, we onze kamers moesten verlaten, de telefoon al dagen buiten werking was zodat ik het betreffende project niet kon bellen, besloot ik om maar gewoon naar Bangalore te gaan en te kijken hoe zich alles gaat ontwikkelen. Maar het voelde niet AF. Tot ik plotsklaps in mijn – niet geklede panjabi – meegenomen word. Het is inmiddels twee uur na aanvang van de darshan – en als laatste binnen mag. Ik pak deze gelegenheid aan om de prachtige lotusvoeten van Guruji te kussen en voel….dat het goed en rond is! Daarna volgt die zelfde avond zijn laatste satsang en aangezien de groep nu veel kleiner is, is het ineens veel intiemer. De beloofde dans van gisteren komt er nu, mensen krijgen een gezicht en het is rond voor mij. Ik ben weer volledig terug in mijn innerlijke vrede.

Vanmorgen ben ik zeer vroeg opgestaan. Ging naar het meer voor mijn oefeningen en meditatie, heb mijn spullen gepakt en ben in diezelfde stilte vertrokken zoals ik gekomen ben. Er was geen helpende hand die zich uitstrekte, slechts een enkele hand om het door mij verschuldigde geld te innen. Ik wilde eigenlijk gewoon met de bus maar die zaten proppie en stopten aanvankelijk niet. Rickshaw en taxi’s gaan via de ashram en het kantoor moest wel open zijn maar was het helaas nog niet. Zit ik dus op straat op mijn rugzakje en voor het eerst voel ik iets van wanhoop: het is bloedheet en de zon schijnt genadeloos op mijn hoofd: ‘God help me’. En dat laatste werkt onmiddellijk. De vierde bus stopt. Er is geen zitplek wel een staanplaats.

Behulpzame handen helpen me de bus in. Ik voel me onmiddellijk thuis. Andere bereidwillige handen zetten mijn bagage weg. Liefdevolle ogen kijken me aan. Dit is mijn wereld, ontdaan van alle uiterlijkheden: eenvoud, simplicity…

De bus gaat naar de markt. Daar pak ik een vruchtenshake en vervolgens een rickshaw. Laat me afzetten bij een eenvoudig, in jullie ogen waarschijnlijk smerig, maar hier redelijk schoon hotelletje. Drop daar mijn bagage en betaal voor een nacht en ga de straat op om een telefoon te vinden. Dat werkt hier ook niet, na de derde poging zegt een lieve knul dat het telefoonnummer waarschijnlijk niet in orde is. Nou dan pak ik gewoon een rickshaw en laat me naar het adres brengen. Na een uur en honderd keer vragen kom ik toch nog onverwachts op de juiste plek. Wonderlijk want zowel de naam van het instituut als ook het adres kloppen achteraf niet. Een uur later hebben we mijn bagage opgehaald en zit ik te lunchen met een lieve dame met de naam Gre die haar hart uitstort en zegt dat de goden me gestuurd hebben, want haar pijp is meer dan leeg. Ik ben smerig en vies en zweterig – het is inmiddels bijna avond. Zij komen uitsluitend op vrijdag en dinsdag naar het kantoor hier in Bangalore. En jullie begrijpen het al, het is vandaag dus toevallig vrijdag. Vanavond nemen ze me mee naar het project wat de naam draagt welke op mijn adressenlijst staat, maar wat vijfentwintig kilometer van Bangalore afligt…

Zoals altijd weet ik dat ik blijkbaar weer op de juiste tijd op de juiste plek ben en dat het goed is. Eufemia in Shillong moet nog even wachten. Wat er ook moge volgen, het klopt helemaal met mijn gevoel en ik voel me enorm verrijkt…

Ik weet dat mijn impulsen juist zijn. Dat ik uiteindelijk niet naar de ashram hoefde voor wat dan ook, maar dat ik blijkbaar toch in Bangalore moest zijn. En aangezien ik nooit alleen voor deze ‘visite’ heel deze afstand gegaan zou zijn, hebben ze daarboven iets anders bedacht!

Bangalore – 23 februari 2001

Calcutta

Ik verlaat de ashram en vertrek naar Bangalore. Op weg naar het project van M. Dump mijn bagage in een hotelletje en wanneer blijkt dat de telefoon niet werkt, pak ik een rickshaw. Het duurt uren, niet gek wanneer achteraf blijkt dat zowel de naam als de straat niet kloppen…

Mijn komst was reeds per brief aangekondigd en hoe: Ik word een vrouw genoemd vol liefde en wijsheid met een groot hart voor de armen. Moet ik even van knipperen. Die avond ga ik mee naar het bewuste project, het ligt vijfentwintig km. buiten Bangalore. Het is een heerlijke plek.

En natuurlijk ben ik weer niet voor niets daar. Een van de hoofdrolspelers verkeerde in grote geestelijke nood. Ik mag het instrument zijn wat een radicale omwenteling teweeg brengt. Het water kan weer stromen in een doodlopende rivier en het heeft acuut effect op de hele situatie hier. Want hoe mooi ogenschijnlijk hier alles moge lijken, achter de oppervlakte borrelt van alles – en begrijpelijk.

De hoofdpersoon in dit drama heeft zichzelf verheven tot een Divine being. Ongetwijfeld juist, maar is vergeten dat wij dat allemaal zijn. Het project is kolossaal en voorziet zo’n 20 dorpen die allemaal op loopafstand rondom dit centrum liggen. De kinderen komen hier naar school en dit centrum biedt woonruimte aan alle maatschappelijk werkers, die ieder een dorp onder hun vleugels hebben. Er is een gezondheidskliniek en een klein ziekenhuisje. Artsen komen gratis een keer per maand een zaterdag onderzoek doen en die zondag erop vinden er dan zo’n vijftien staaroperaties plaats. Ik ben getuige van zo’n operatie. Ik bezoek de scholen, ben aanwezig bij de meetings en wandel samen met Gre naar een van de dorpen. Ontmoet onderweg de mensen die op de vuilnisbelt leven en zorg dat ze geknuffeld worden en die dag iets te eten krijgen.

Adelaars

Ik voel ook een hoop onvrede op deze plek wat geboren is uit een gigantisch mooi initiatief. En dat is het ongetwijfeld. Maar de mensen werken voor het absolute minimum. Ook niks mis mee, maar een aai over je bol, ieder heeft daar bij tijd en wijle behoefte aan. Een stukje waardering, een weten dat het goed is wat je doet, een weten dat je ondersteund wordt. Dat krijgen ze niet. De ‘guru’ is na het overlijden van zijn vrouw zijn bezieling kwijt en teveel met zijn eigen dingetjes bezig. De plek schreeuwt om een nieuwe impuls. Er wordt een kalfje geboren en de vlinders zijn van een ongekend groot formaat. Ik heb een eenvoudige, maar heerlijke plek. Wanneer ik op een ochtend voor mijn kamer zit, scheert er een koppel adelaars over mijn hoofd. Adelaars begeleiden mij voortdurend op deze trip. Ik moet me losmaken van de plek wanneer ik drie dagen later terug ga naar Bangalore. Met de bus en een chauffeur met zelfmoordneigingen. Ik moet mijn ticket regelen naar Calcutta en ik zal die nacht overnachten in het kantoor. Gatsy wat is die plek smerig…

Er is veel alcoholverslaving hier. Bangalore heeft een afdeling in het ziekenhuis waar elke dag minstens drie jonge vrouwen worden binnengebracht welke zelfmoord hebben gepleegd na een gearrangeerd huwelijk. Dit zijn vaak vrouwen uit de betere kringen en dan zijn er die slachtoffers wiens sarie ‘per ongeluk’ in de fik zijn gegaan aan de kerosine in het huis van schoonmoeder…

Swami

Ik vlieg naar Calcutta. Verbaas me wederom over mijn innerlijke kracht en rust. Neem een taxi naar Barrackpore, hoewel ik niet weet of daar overnachtingsmogelijkheden zijn. Swami installeert me in het gastenverblijf, annex opslagruimte met speciaal balkon aan de rivier de Ganga en ik heb een fantastisch uitzicht op de rivier en de overkant. Na een uur gezamenlijk poetsen, durf ik mijn schoenen wel uit te doen. De liefde is alom tegenwoordig en groot. Ik krijg Tapo, een van de weesjongens en een plaatje, toegewezen die voor me zorgt en achteraf blijkt dat er speciaal voor mij wordt gekookt.

Ik kom hier om een vriend te eren die inmiddels overleden is. Helaas heb ik geen foto bij me, wist niet of ik hier naar toe zou gaan! Maar swami krijgt meer bezoekers en kan zich geen beeld vormen. Het zij zo. De avonden met swami te voet naar de verschillende huizen, vooral naar de vrouwen zijn bijzonder. We hebben diepe gesprekken en hij geeft me een sari die me ter plekke wordt aangetrokken. Ik wandel naar het dorp. Geniet van een bananen lassi, een heerlijke yoghurtdrank, en verbaas me over de viezigheid, het stof, de matheid, met daar tussendoor de wondertjes van schoonheid, zomaar uitgestald op de straat. Het is echter niet alleen bloedheet, de muskieten kennen geen erbarmen en steken me gewoon lek.

Na twee dagen vlieg ik naar Guwahati in Assam.

Swami probeert me te overtuigen dat ik ook bij hem goed werk kan doen en waarom zou ik dus niet daar blijven? Hij zegt dat hij een hele vreemde ervaring heeft vanaf het moment dat hij me zag. Normaal komen er mensen om even rond te kijken: ‘Ik leidt ze rond, zeg dag en dank je wel, maar met jouw is het anders’.

Hij stelt voor om een levenslange vriendschap te sluiten en overlaadt me met cadeautjes wanneer ik vertrek, waaronder een oud maar zeer waardevol boekje van Vivekananda, op wiens filosofie dit hele project is gebaseerd:

Vivekananda

Vivekananda geeft honderd jaar geleden al aan dat een van de dringendste zaken in India (en ongetwijfeld overal) de educatie van de vrouwen is. Een vogel met één vleugel kan volgens hem niet vliegen. Bovendien vindt hij dat je beter God kunt dienen in de mens dan de tempels te overladen met bloemen en kokosnoten. Ik ben het daar helemaal met hem eens, al wil ik het belang van een puja niet onderschatten. En ik geniet van de mooie vedische gezangen van de jongens elke morgen en avond in de tempel.

Tapo mag mee naar het vliegveld. Hij is echt gek op me en zegt dat als ik WIL ik terug kan komen. We rijden door de gore straten van de voorsteden van Calcutta, zo smerig, met de fiets rickshaws die inmiddels toch echt wel afgeschreven zijn. Weg moderne auto’s uit Bangelore. En dan ineens zie je een prachtig opgeschilderd geveltje – of een pannen uitstalling op de grond – zo schoon!!

Shillong

In plaats van de gevaarlijke 24 uur durende trip met de trein, vlieg ik in een uurtje naar Guwahati in Assam. Vandaar neem ik de bus die er vijf uur over doet om het honderd kilometer verder liggende bergstation Shillong te bereiken.

Het is reeds avond en inmiddels behoorlijk fris. We maken een tussenstop en voor ik het weet heb ik een liefdesrelatie met een van de vrouwen in dat dorp en laat ik mijn geschenken weer doorstromen. Maar ik zie iets wat me niet bevalt. Steeds meer militairen en militaire blokkades wanneer we Shillong, met zo’n 200.000 inwoners, binnengaan. Verder is van de Indiase trekken niet zoveel meer te bekennen. Ze zijn meer Nepalees – Tibetaans. Ik zit nu in het stammengebied. Grotendeels christenen – oorspronkelijk natuurstammen welke in de dorpen nog steeds de zon en het water aanbidden en tegelijkertijd vechten de protestanten met de christenen, en de verschillende stammen met elkaar. Iedere stam wil superioriteit en onafhankelijkheid.

De zusters zijn opgelucht dat ik er eindelijk ben. Mijn voorgevoel over Euphemia is juist. De Euphemia die ik heb ontmoet is niet meer – voor mij staat een zwaar zieke vrouw – vol negativiteit en vergif. De zusters hopen dat ik redding kom brengen. Ze moest eigenlijk naar Calcutta voor een operatie – maar zit in de ontkenning en wachtte op mijn komst. We maken meteen een werkplan en gaan aan de slag. Aan tafel en door de verhalen van anderen zie en hoor ik hoe ze de hele boel manipuleert. In oktober heeft ze in Nagarland behoorlijke problemen gehad met de militairen. Sinds die tijd heeft ze haar werk in de bergen helemaal losgelaten. Ze is niet meer verder geweest dan Shillong. Hoewel hier vorige maand nog vijf mensen werden doodgeschoten en dat gebeurde zo ongeveer voor de poort.

Des te opmerkelijker dat ze me de derde dag meeneemt naar het dorp waar ze drie jaar geleefd heeft. Het is de dag van mijn leven. Eerst verteld ze dat we uren moeten wachten op de bus en absoluut moeten staan. Ik vertel haar dat ik dat niet van plan ben, dus hebben we binnen een half uur een transportbus waarin we kunnen zitten. Wanneer we uitstappen is de sfeer absoluut anders, we gaan helemaal de stilte in.

Mooie mensen en kinderen

Ik ontmoet zoveel mooie mensen en kinderen, dat ik armen tekort kom. Hout wordt gesprokkeld en in manden naar de huisjes gebracht. Het is overdag al lekker weer, maar ‘s nachts nog bitterkoud. De was wordt gedaan op de plek waar water is. Er zijn een aantal zeer oude maar zeer vitale vrouwen in het dorp. Ze komen tot aan mijn borst en houden van knuffelen, nou ikke ook. Smak, smak tegen mijn borst, steeds opnieuw. Ik begrijp dat ze graag willen dat ik terug kom. Ik heb het gevoel dat Euphemia dat niet zo fijn vindt…

We worden onder geleide door de smalle bergpaadjes terug naar de weg gebracht. We moeten volgens Euphemia weer uren wachten op een bus terug. Voor we de straat bereiken, zie ik al een jeep. Ik steek mijn hand op, hij stopt onmiddellijk en dit is voor Euphemia dus de eerste keer dat ze lift…

Er is een bus naar beneden gedonderd, een vrachtwagen van de weg gekanteld. Een taxi rijdt in een gat. Twee kerels duwen – vol gas achteruit. Niks aan de hand – die paar deuken zijn niet belangrijk, het rijdt…

Euphemia is die avond volkomen afgeschreven. Simpel, ze kan dit niet meer, maar kan het nog niet accepteren. Ze heeft allerlei plannen om met mij…

De volgende dag komt het tot een confrontatie tussen ons. Ik heb geen zin om haar spelletjes mee te spelen en zet haar voor een keuze. Ze wil niet praten en loopt boos naar Moeder Overste om daar het probleem neer te leggen.

Zusters hebben hier nog geen eigen mening – hoewel… Vanaf die dag ben ik lucht voor haar en doet ze uitermate haar best om de lolbroek van de communiteit te zijn. Er wordt veel gelachen – maar het is uitermate onecht.

Moeder Jude vertelt me zorgelijk dat Euphemia nooit haar excuus aan zal bieden en dat klopt. Nou dan steek ik mijn hand uit, heb ik niet zoveel moeite mee. Ze weigert en blijft haar spel spelen en zaden zaaien. Degenen waar ze me voor gewaarschuwd heeft zijn geen probleem. Ik heb geen enkel probleem aanvankelijk. Maak fijne wandelingen met een paar aardige zusters etc. Maar goed, als ik dan niets kan doen kan ik toch maar beter vertrekken.

Dus ik boek tot verdriet van Zr. Jude en Stella de bus en het vliegtuig voor vandaag. Die nacht om 4.30 uur is er een aardbeving, 5.3 op de schaal van Rigter en voel ik eerst het gebouw, daarna mijn bed en daarna alles in mijn lichaam schudden. Weer een andere ervaring…

Hostelmeisje – zo puur

Dan kom ik door de ruimte waar de achttien hostel-meisjes uit de omliggende dorpen zitten te studeren. Ze mogen eigenlijk niet gestoord worden, maar de examens zijn nu voorbij. Wanneer dus een van hen het waagt om te vragen of ik iets over mijn land kan vertellen, zeg ik, oké – ja waarom niet…

En ineens is het stik gezellig, hangen er achttien prachtige dorpsmeiden aan mijn lippen en praten we over van alles en nog wat: Over het goede en het minder goede in Nederland. Over hun dorpen – heimwee naar hun dorp. Ze voelen zich hier gevangen. O God wat herken ik dat. Over God en vooral over Liefde. En dan ineens is Euphemia daar. Het gesprek wordt ter plekke afgebroken…

Maar ik voel me heerlijk, ontmoet nog een bijzondere vrouw in het dorp en doe die avond de ademtape met twee van mijn vriendinnen hier. Althans dat dacht ik, dat zij mijn vriendinnen waren, gezien datgene wat ze tot nu toe in vertrouwen met me deelden. Door de intensiteit en de inzichten die ik krijg tijdens het ademen besluit ik te blijven en iets te gaan doen met de meiden en met deze vrouwen hier. Zij vinden het te gek, althans dat zeggen ze…

Het is bedtijd. Ik slaap onder lagen dekens, heerlijk! De volgende morgen in de kapel zie ik dat er iets veranderd is. Ik voel me echter heerlijk tot Y. me komt vertellen dat ze eerlijk wenst te zijn en dat ik een last voor de communiteit ben. Er is nooit eerder zo iemand als ik binnen de communiteit geweest en ik kan maar beter vertrekken volgens haar in plaats van mijn vlucht te annuleren. Aanvankelijk kan ik dit niet geloven en annuleer ik toch mijn vlucht. Ga wel op zoek naar iets anders, want ik begrijp dat ik het werken met de meiden en met deze vrouwen beter kan vergeten.

Vader Paul

Ik ontmoet vader Paul – van de technische school. Ik voel me op mijn gemak bij hem en hij ziet het wel zitten om me met een van de vaders de bergen in te sturen, naar het alcoholproject te gaan kijken etc. Nou Zr. Jude vindt het prima dat ik daar blijf, dus waarom ook niet. Dit is naast de deur. Ik ga terug naar huis voor de avondmaaltijd. Kom op mijn kamer en vind twee van mijn geschenken, welke ik de vorige dag heb uitgedeeld, terug. De ene met een ‘lief’ briefje van Euphemia, de andere zijn de ademtape etc. Mijn ‘vriendin’ voelt zich er niet lekker bij, hoewel we heerlijk hebben geademd. Dan weet ik dat het vergif zijn werk heeft gedaan. Ik besluit niet te gaan eten, ze missen me niet want ik had al gezegd dat ik misschien bij vader Paul zou blijven eten. Ik besteed mijn tijd om met mezelf te zijn, te voelen wat ik voel en te kijken in hoeverre ik open kan blijven zonder te oordelen…

En voor ik naar bed ga zit ik volkomen in mijn kracht, voel me open, liefdevol en zonder oordelen. Het is te laat om de geannuleerde vlucht ongedaan te maken. Ik slaap beter dan ik mag verwachten, ja ik slaap zelfs goed.

Die morgen komt een van de meisjes naar mijn kamer met een afscheidsbrief van de groep. Ze denken immers dat ik vandaag vertrek en weten nog niet dat zij de aanleiding zijn geweest om mijn vlucht uit te stellen.
Ze schrijven dat ze me eerst niet durfden aan te spreken, maar dat ze ontdekt hadden dat ik nog eenvoudiger was dan zijzelf. Dat ze zoveel energie hebben gekregen van dat gesprek dat ze me nooit zullen vergeten. Zij zijn maar dorpsmeisjes, maar ik heb helemaal niet gedaan alsof. Ik ben diep aangeraakt en ga onmiddellijk naar de plek waar zij ontbijten. Vraag of ik binnen mag komen. Zeg dat ik van ze houd, simpel omdat ze zijn wie ze zijn en dat dit ene gesprek mij heel veel vreugde heeft gegeven. Dat ik graag had willen blijven, maar dat dit om de een of andere manier niet mogelijk is. Ik zeg dat we allemaal EEN zijn, omdat God nu eenmaal geen onderscheid maakt. Ze zijn ontroerd – ik ook!

Deze morgen is Zr. Jude op zoek naar mij, ze is zichtbaar bezorgd: Waar was ik met het ontbijt. Ze weet niet wat er zich allemaal afspeelt en dat is maar goed ook. Ik zeg haar dat ik geen honger heb, dat ik vandaag zal kijken of ik iets met vader Paul kan doen, of dat ik morgen naar Calcutta ga. Wanneer het niet zo heet was had ik onmiddellijk geboekt. Vader Paul vraagt hoe het is. Hij kijkt me aan en zegt: Je hoeft niets te vertellen hoor, ik ken de situatie. Waarom ga je je spullen niet halen, je kunt hier slapen tot zondag. Daarna regelen we iets en kun je met broeder Ronald een week de bergen in. Ik haal mijn bagage op, neem afscheid van Zr. Jude en de meiden die ik tegen kom en wanneer ik even later tussen uitsluitend mannen zit te lunchen, voel ik hoeveel deze situatie me gekost heeft. Hoewel het hier aanmerkelijk minder luxe is en de plek op zich alles behalve gezellig, kan ik weer vrij ademen…

Ter kennisname

Binnen de stammencultuur zijn de vrouwen belangrijker dan de mannen. De mannen drinken praktisch allemaal – zelfgebrande sterke drank en helpen zichzelf naar de donder.
Ze kennen hier niet het afschuwelijk fenomeen van de bruidsschat. De mannen komen na het huwelijk naar de huizen van de vrouw – ipv andersom. Of hier in Shillong bouwen ze iets naast het bestaande ouderlijke huis.

Namaste is vervangen voor koeblé, wat werkelijk alles betekent: Gegroet, dank je wel, tot ziens, het ga je goed, etc. Het mooie groeten, de handen naar elkaar brengen voor het derde oog, is nu handen schudden geworden. Het lukt me nog steeds maar matig. We zitten weer op stoelen en eten aan tafels – in de dorpen zitten we op krukjes. De sari en de panjabi zijn vervangen voor rokken en warme doeken, dus ben ik weer ouderwets. De stammen accepteren elkaar evenmin als de stammen in Zuid Afrika. Meer en meer kom ik tot de ontdekking dat mensen overal gewoon MENSEN zijn. Ik was ook in een prachtig project voor gehandicapten: voor blinde en voor dove en stomme kindertjes. Er waren koppeltjes dove en blinde kindertjes en het was zo mooi om te zien hoe de ene de ogen vertegenwoordigde en de ander de oren. Zij vormden een absolute eenheid en het was werkelijk ontroerend om dat gade te mogen slaan…

Shillong – 7 maart 2001

En zo beland ik dus van de moeders bij de vaders, oftewel van de zusters bij de priesters en de broeders. Inmiddels heb ik een vriendinnetje op straat opgepikt, Vebena en ik ben daar altijd welkom. We hebben eindeloze gesprekken en deze avond neemt ze me mee op een verjaardagsdinertje. Ik schaam me rot dat ik pas om 11.00 uur thuis kom. De poort is gesloten na 9en, maar de honden laten me heel…

Als ratten

Ik heb te gekke gesprekken met vader Anthony die het straatkinderenproject in Delhi bestuurd. Hij is een ongelofelijk optimistisch mens met veel humor…
Maar wanneer hij afscheid komt nemen bespeur ik angst. Hij is op weg naar Tripura, een andere staat. Ze moeten 80 kilometer in konvooi rijden. Vanuit de ravijnen komen de militanten als ratten omhoog en voordat de militairen ze gezien hebben, zijn ze al weer veilig in hun ravijn. De buspassagiers zijn dan al hun bezittingen kwijt en er vallen regelmatig doden…

De Nepalese kok is een plaatje. Het eten is niet erg smaakvol, maar hij vindt het heerlijk om voor mij, tussen al die mannen, wat extra’s te doen en ik laat hem weten dat ik dat waardeer. Alles loopt vanaf den beginne anders – je zou het ‘tegen’ kunnen noemen. Vader Paul heeft me in handen van vader Roland gegeven om me mee te nemen naar de dorpen. Hij plant een week vanaf as maandag. De jongens van het project in Smith zullen me donderdag oppikken. Wanneer ze er eenmaal ZIJN is de weg geblokkeerd en kunnen we niet weg. Daags daarna ga ik met Vebena Sightseeing. Ook dat kan niet doorgaan, ze moet naar een begrafenis!

Juna, haar dochter, neemt me mee. Ik ontmoet een prachtige bejaarde vrouw die me 100 keer hetzelfde vraagt en daarna gaan we naar police-bazaar. Heerlijk – hier komen alle dorpelingen hun inkopen doen voor een week of langer. Het is een ongelofelijk kleurrijk geheel en ik geniet weer met volle teugen. En dan komen ze me TOCH ophalen, de prachtige knullen uit Smith. Opgeleid door vader Paul hebben ze nu in hun dorp een project opgezet voor sociaal zwakkeren en gehandicapten. Zij ontvangen gratis scholing in meubels maken en andere dingen. Het is een simpel maar fantastisch project wat ik zeker wil ondersteunen. Omdat ik inmiddels weet dat we maar drie dagen de dorpen ingaan, Roland en ik, spreek ik af dat ze me daarna, volgende week donderdag op komen halen. Ze zullen een matras versieren zodat ik kan slapen…

Kashi-chief

We bezoeken de Kashi chief van het dorp. De enige echte die nog over is hier in Meghalaya. Hij is arts geworden – maar gebruikt daarnaast de oude healing traditie. Elke zaterdag, dus vandaag, is er de faith-healing en 10-tallen mensen zitten daar te wachten. Hier zijn ook de jaarlijkse traditionele dansen: in een cirkel en de energie voelt heel plezierig. We hebben een open gesprek en hij nodigt me uit om terug te komen…

Die zondag breng ik door met Vebena en haar familie en het is een gewone, heerlijke genietdag. Terwijl ik naar haar toe wandel kom ik voorbij de kathedraal. Er zit een prachtige man – zonder benen – hij bedelt niet – heeft schoenpoets bij zich om de schoenen van de kerkgangers te poetsen. Ik ben al voorbij als ik om moet draaien. Kniel voor hem neer en kijk in twee prachtige ogen. Neem zijn handen in de mijne en begin mijn dialoog. Hij begrijpt het allemaal, dat is duidelijk. Laat wat geld bij hem achter en mijn dag kan niet meer stuk…

Bedelen kom je hier niet tegen. De mensen in de dorpen, hoe arm ook, helpen elkaar en hebben altijd wel wat te eten in hun stukje grond. Maar schoolgeld en dat soort dingen, daar is veelal geen geld meer voor…

Hele gevechten spelen zich hier af tussen de verschillende christenen, de moslims en de Hindoes, die eigenlijk geen Hindoes zijn maar de originele religie vertegenwoordigen: Zij geloven in een God, maar aanbidden diverse krachten, zoals de maan, de sterren, etc. De haan draagt de zonden van de mensheid totdat er een verlosser komt. Zij offeren bij elke gelegenheid: slachten geiten en hanen en offeren die op een vrouwelijke liggende steen in gezelschap van staande mannelijke megalieten die mij verdraaid veel doen denken aan onze Keltische erfenis. Verder zijn de Kashi’s heel proper – en dat doet me weer denken aan de negercultuur. Ook hier zie je: hoe arm ook, het hutje is schoon. Nou dat is in de rest van India wel even anders…

Cherrapunjee

En dan is het toch echt zover: Ik kan niet langer wachten, maar ik word beloond: we vertrekken deze maandag naar Cherrapunjee, de natste plaats ter wereld – waar ze grappig genoeg een gebrek aan water hebben. We worden gedropt in Barabazaar en dan begint de strijd: We ‘wringen’ onszelf een weg tussen de taxi’s – de bussen opgestapeld tot aan de hemel – de mensen met koopwaar: van dode varkens tot levende varkens etc. etc. Alles wordt op de rug gedragen. Als we de bus gevonden hebben is het mij een raadsel hoe we hier uit moeten komen. We staan volledig ingebouwd – maar ondertussen heb ik weer leuke kontakten en voel me vrij – vrij – vrij…

Shillong, eens de stad van de vrede genoemd, wordt nu door velen ervaren als de hel. Ik voel de spanning wanneer ik in het centrum verblijf – ook bij de broeders. Het zit als het ware in de grond en ontregeld mijn systeem. Eenmaal de poort uit voel ik me prima. Heb op mijn donder gehad dat ik in het donker thuiskwam – veel te gevaarlijk!! Jeetje, ik wil toch echt niet mee in al die angst…

Maar dan rijden we toch echt en het wordt steeds stiller en steeds mooier. Hier in Sohra oftewel Cherrapunjee is het nu heerlijk aan de vooravond van de regentijd. Ik word warm ontvangen door vader Justine, evenals Roland een Kashi-priester en vanaf nu word het echt heel leuk…

Het gebied is prachtig – bergen en natuur. De pastorieschool ligt op een heuvel en kijkt over van alles uit – mensen – huizen – heilig bos wat niet gekapt is omdat het niet gekapt mag worden – de begraafplaats. Ik wandel en word uitgenodigd op theetjes. Verbazend veel mensen spreken hier Engels. Niet zo verwonderlijk met de voorgeschiedenis. Dit was de eerste hoofdstad van Noordoost India. Maar omdat het toen in de maanden mei-juni en juli zoveel regende, werden de Engelsen depressief en pleegden zelfmoord, vandaar is de hoofdstad verlegd naar Shillong

De logeerkamer is pas klaar en weer vermoed ik dat er speciaal voor mij ander voedsel wordt aangerukt, zeker als ze weten dat ik geen vlees eet: er is volop fruit en groenten – heerlijk!! Hier in de Noord East wordt veel vlees gegeten…

Markt

Ik geniet van de wekelijkse markt, waarin alle dorpen uit de omgeving hun inkopen doen voor de hele week en hun producten verkopen. Het is een waar feest. Heb een aantal ontmoetingen met mensen en ongetwijfeld veel bekijks, het hele dorp weet nu dat ik er ben. Ze zijn doorgaans erg verlegen – maar houden me wel in de gaten!

Daags daarna gaan we op sightseeing naar een park van waaruit je heel Bangladesh kunt overzien wanneer het helder is. Maar nu zitten we aan de vooravond van het regenseizoen, dus dat uitzicht is er niet. De rit is heerlijk – het is echt heel erg MOOI hier in de Noord East. Wanneer je de politieke situatie vergeet kun je daar gewoon volop van genieten…

Meidenschool

Die middag ga ik naar de zusters en hun meidenschool. Ze zijn blij dat ik kom. Nu zien ze dat ik geen reus ben maar gewoon een mens. (De mensen zijn hier klein). Zr. Mary neemt me bij de hand naar de 60 weeskinderen – meiden. Ze zijn prachtig en stik verlegen. Na een poosje gekletst te hebben, zeg ik dat ik ze liever allemaal zou willen knuffelen. Wie wil er een knuffel van mij? Schuchter komt er een naar voren en dan zijn ze niet meer te stuiten. 60 paar armen vleien zich rond mijn nek en ik ben diep aangeraakt door zoveel vertrouwen, zoveel schoonheid…

Dan zitten in de klas 10 meiden al een half uur te wachten. Ik praat met hen over van alles, oftewel ik praat en zij luisteren. Dan vraagt Zr. Mary of ze mijn boodschap terug kunnen geven. Het is schitterend hoe een van de meest verlegen meiden opstaat en zeer krachtig vertelt wat mijn boodschap is. De essentie: Liefde is al wat is – er is geen verschil tussen jou en mij – wij zijn één. Op de valreep wanneer ik Meghalaya verlaat ontmoet ik hun juf. Ze vraagt of ik terugkom. De meiden zijn helemaal idolaat van je…

Jongensschool

Dan ga ik naar de overkant – de jongensschool. Ontmoet een groep in dezelfde leeftijd 16-17 jaar. Er zijn er ongeveer veertig. De klassen hier bestaan meestal uit zestig kinderen op een oppervlakte van een kwart van onze ruimte!

Ze zijn veel onzekerder. Dat begrijp je misschien wanneer je weet dat de Kashi’s het matriarchaat kennen. De vrouw is dus het belangrijkste. Bruidsschat kennen ze hier niet, zoals in de rest van India. Maar de man gaat na het huwelijk naar het huis van de vrouw of -zoals in Shillong- bouwen zij een stukje bij of huren een apart huisje in de buurt. De jongens drinken en roken meestal al jong en zijn erg onzeker. Zij hebben het gevoel dat Nederland het paradijs is en ongetwijfeld is dat een beeld dat de televisie hier gebracht heeft!

Maar het is leuk om te zien dat ze na vijf minuten van de achterste bank voorzichtig opstaan om wat dichterbij te komen. Ze hangen aan mijn lippen en willen geen woord missen. Ik praat ruim een uur vol en probeer ze uit hun tent te lokken…

Dan haalt Zr. Mary me op voor de thee en we bezoeken een aantal verschillende families, van zeer arm – tot arm – tot wat beter gesitueerd omdat ze beiden werken als onderwijzer. De armste slapen ook hier gewoon op de grond in dezelfde ruimte als waar ze leven. Beddengoed – lees doek – wordt opgerold en weggelegd in de morgen. Ze houden elkaar warm met hun lichaamswarmte, want in de winter en ook nu nog in de nachten, kan het behoorlijk KOUD zijn. Overdag is het weer heerlijk. We zitten wat lager ten opzichte van Shillong, op 1000 meter.

Vader Roland

Ik heb hele gesprekken met Roland. Hij is heel onzeker over zijn Kashi afkomst en heeft heel wat wonden opgelopen bij zijn blanke leermeesters. Deze avond besluit Justin een voorstelling voor mij te geven. Dat resulteert in een gezamenlijk optreden: de een speelt de ander zingt. Alle Kashi-liederen worden uit de kast gehaald en ze veranderen in ondeugende jochies die niet meer van ophouden weten.

Maar die donderdagmorgen moeten we toch echt terug. Als de jongens niet gekomen zijn kom ik terug heb ik afgesproken. Ze zijn er niet, en na de vergadering van Roland ga ik mee terug. Ik voel me NU helemaal niet meer thuis in Shillong. Vader Paul heeft mijn kamer nodig, ik dump mijn bagage bij Vebana. Het voelt als thuiskomen: Justin straalt…

Ik geniet van het hier rondhangen. Justin weet me altijd wel te vinden en we filosoferen heel wat af. Over Christendom en Kashi en hoe dat zich verhoudt. Ik loop de heuvel af waar vrouwen de was aan het doen zijn. Ga bij ze zitten in de rivier en klets wat. Ben je helemaal alleen. Ja dus. En ben je niet bang. Nee, waarom zou ik. Jullie zijn toch aardig? Ja wij wel…

De Kashi’s hebben een bepaalde naam voor de dagen. Zo is vrijdag de dag dat je hout verzamelt. Zaterdag de dag dat je de was doet en zondag is de dag van God.

Khrang

Wanneer vader Laurens terug komt gaat het dan toch gebeuren. We gaan naar Khrang. Khrang maakt deel uit van zestien dorpen in een bepaald gebied en is als enige nog met de jeep te bereiken. De laatste vierentwintig kilometer zijn onverhard. De mensen zelf dragen alles als klimgeiten over de steile bergwand omhoog en omlaag in hun manden die ze aan het hoofd dragen. Het is niet te begrijpen dat we straks daar over dat smalle streepje aan de overkant zullen rijden. Maar het is toch echt waar. Ik word ongelofelijk door elkaar gegooid, maar we komen er. De panorama’s zijn adembenemend, maar de mensen en de kinderen die ik daar boven te zien krijg overtreffen alles. Niets is er nog daar en tegelijkertijd alles. Je voelt de vrede, wanneer je al die kleine mensjes ziet die op hun beurt weer de baby’s op hun rug dragen. Ik word snel geaccepteerd, al ben ik ongetwijfeld de eerste blanke volgens Laurens die voet op deze bodem zet. Het is weer een van die dagen om nooit te vergeten. Roland zal hier gaan wonen en vanuit hier gaan werken. Hij is nog best onzeker, maar na al onze gesprekken heeft hij er echt zin in. En in de auto kijkt hij me aan en zegt: Yasmin, voor het eerst in mijn leven voel ik me echt een Kashi. Heerlijk Roland, als dat hetgene is wat ik je heb kunnen geven, dan was mijn zijn hier niet voor niets. Justin heeft gevraagd om Reiki te ervaren en evenals vader Paul neemt hij het gretig in en zie je hem veranderen…

Die avond zijn er 2 zusters van een andere plek. We zijn maar liefst met zessen! Ze beginnen enthousiast Kashi verhalen aan mij te vertellen en zijn wederom niet te stoppen. Het verhaal van de Peacock welke getrouwd is met de zon doet me sterk aan het scheppingsverhaal denken. Ik zal jullie dat later niet achterhouden!

Jongsma

Die zondagmorgen vertrekken we naar Jongsha voor een priesterinwijding. Alleen Justin blijft thuis. We nemen afscheid. Hij wil heel graag dat ik terugkom om zijn dorp te zien en eventueel iets meer te doen met de jongeren. Je weet maar nooit, voor het eerst zie ik dat echt helemaal zitten!

We zingen de hele weg en het is reuze gezellig. Het is een ongelofelijk gebeuren. Katholieken van andere staten zijn al eerder gekomen en sliepen in de schoollokalen op de grond. Want de gelegenheid is belangrijk, maar nog belangrijker is de ontmoeting. Ik ontmoet vele mensen, zie traditionele dansen en krijg een heerlijke maaltijd. Verwonder me over de manier waarop ook hier de mensen samenkomen. Dat is zo Indiaas, ook al voelt de Noord East zich geen deel van India en dat hebben ze nooit gehad. Begrijpelijk wanneer je het verschil voelt. Zij zijn tribals en nu snap ik ook waarom mensen tegen me zeiden: o je komt dus niet om ons te helpen, je gaat de tribals helpen…

Na afloop wordt ik gedropt. We zitten inmiddels met 11en in de jeep, bij Vebena. Samen met haar en manlief breng ik de laatste avond in Megalaya door. Had ik mijn ticket kunnen veranderen, ik zou het gedaan hebben. Maar telefoneren ging niet en nu is het zondag…

Om 5 uur ben ik op en wordt tegen zevenen bij de sharetaxi’s gedropt. We rijden rechtstreeks naar het vliegveld. Maken een stop onderweg en daar ontmoet ik Larrie en Franck uit Smith die wel degelijk alles voor mij in orde hadden gemaakt, maar vader Paul heeft geen contact opgenomen. Ik vlieg met Larie naar Calcutta!

Afijn het heeft zo moeten zijn – ik moest dus terug naar Cherrapunjee.

Calcutta

Om 15.00 uur ben ik in Calcutta en laat me droppen bij Zr. Cyriel – een beroemdheid met straatkinderen – vlak bij het project van moeder Theresa. Dit keer heb ik verkeerd gegokt, ze is er niet, het kantoor is al dicht en ik kan daar dus niet blijven. Het is niet zover van Moeder Theresa en daar schijnt een gasthuis te zijn. Dat kan de taxichauffeur niet vinden, wel de Iskon – de Hare Krishna. Dat is me goed bevallen in Bombay, dus oké. Maar hier voelt het anders. En gezien de hitte en de viezigheid besluit ik de trein te boeken voor die avond daarop, heb ik toch een dag hier.

Zr. Cyriel – straatkinderen

Ik ga die dag terug naar Zr. Cyriel. Ze is een te gek mens. Ik heb gehoord dat je van knuffelen houdt? Ze kijkt me aan: Wil je er een? Ja waarom niet? En  ik knuffel met deze kanjer uit Ierland. De school is dicht in verband met examens. Maar ik heb een paar transformerende gesprekken met leidsters die ‘vast’ zitten en geef een van de straatmeisjes 12 jaar en erg ziek, verkracht toen ze drie was, een behandeling. Ze knapt ter plekke op en wil op de foto. Nou dat kan. Ik voel of ik hier wat doen kan – maar ik weet dat het goed is om te gaan. Heb gedaan wat ik moest doen en dat is genoeg. Ik ben er meer om mensen te bemoedigen dan om zelf het werk te doen. Nu kunnen zij weer verder.

Wanneer ik over straat loop heb ik tussen alle viezigheid hele mooie open contacten. De straat was deze morgen geveegd. Een raaf doet zich tegoed aan een dode rat. Ik ben getuige van een straatgevecht tussen twee ‘geliefden’ Ze moeten hem beschermen, zij vecht als Kali. Ik sta erbij zonder in te hoeven grijpen, sta daar met een hart vol mededogen. Wat een ellendige stad, zeker nu de hitte dagelijks toeneemt. Je ziet er nooit een ster. Grapje: Als je in Calcutta loopt heb je ook geen tijd om naar de hemel te kijken. Nou dat is zeker waar: Elke voetstap vraagt je aandacht. Maar er is ook heel veel schoonheid tussen al deze ellende en lichtjes van hoop.

Wanneer ik om 17.00 uur de Iskon verlaat om op tijd te zijn voor de trein, rijden we langs de schoonheid van Calcutta, de oude Engelse erfenis. Die is er ook, maar mensen zie je daar niet zo veel.

Ik ben bijna twee uur te vroeg. De verwachte opstopping was er nog niet. En dan zit ik op het smerige station te wachten tot mijn trein komt – na dat is echt een uitdaging hoor!! Rijen bedelaars trekken aan me voorbij: Zonder benen, zonder voeten, noem maar op. Geen beginnen aan en ik begin er dus ook niet meer aan…

Schone coupé

Maar dan is er de trein en vind ik mijn plek in een – niet te geloven – schone coupe. Voor het eerst heb ik een aircotrein geboekt en het loont de moeite: zelfs de wc is schoon. En we krijgen beddengoed. Ik heb al die tijd in India niet zo’n schoon beddengoed gehad. Ik heb zelfs een redelijke nacht, maar er zijn nog twee toeristen en dat betekent dat ik niet echt contact heb met het volk – of komt dit omdat ze geen Engels spreken en beter gesitueerd zijn?

Varanasi

Hoe dan ook, na ruim 15 uur bereiken we Varanasi. Ik zie twee meiden zeulen met ongeveer tachtig kilo bagage na vijf weken in India. Ik ben blij met mijn in totaal zo’n zestien kilo – inclusief handbagage. Maakt me heel mobile. De warme kleren zijn achter gebleven in Shillong en de meeste cadeautjes zijn overgedragen in handen van de armen.

De meiden hebben gehoord dat Varanasi een verschrikkelijke plek is en hebben besloten vandaag nog door te reizen naar Agra. Agra, over een verschrikking gesproken, daar kun je de gekte echt niet ontlopen. Het is dom om naar de mening van anderen te luisteren. Er zijn twee manieren om naar de dingen te kijken en Varanasi is de heiligste, de meest verpeste, de boeiendste, de levendigste en de mooiste stad van heel India!

Didi Sharda

Ik gebruik deze eerste dag om te acclimatiseren en ga de volgende dag op zoek naar een betere kamer, daar ik niet lastig gevallen wens te worden door allerlei ‘gratis’ vormen van dienstverlening. Vind de plek waar ik samen met Giri acht jaar geleden was en welke ik in eerste instantie niet herken omdat er een aantal verdiepingen bovenop zijn gebouwd. Maar het hutje erachter komt me bekend voor. Niet te geloven, vind ik mijn zussie terug die in dit hutje woont samen met man en de twee jongste van haar zes kinderen. De baby van toen is nu inmiddels 8 jaar. Didi Sharda herkent me onmiddellijk. Diezelfde dag besluit ik de Benares Universiteit te bezoeken. Nee, ik kan er niet terecht. Weten jullie dan een leraar? En zo vind ik mijn Kayal-lerares, een andere gipsy zuster, an very much unlike Indian woman. Juist ja, twee minuten lopen van mijn nieuwe onderkomen! Ze is een kanjer en even verbaasd over deze ontmoeting dan ik. Voor ik het weet ben ik toch nog in het bezit van een tampura…

Didi (zuster) Sharda en haar man wijden me in. Ik krijg twee teenringen aangemeten, een mala omgehangen, een tika op mijn derde oog geplakt. Mijn haren worden gekamd en mijn nagels gelakt en mijn voeten rood gemaakt, teken van een getrouwde vrouw. Gelukkig had ik zelf nog die ene prachtige sari en kon ik hen overtuigingen dat het niet nodig was een nieuwe voor mij te kopen. Ik laat dit verder in liefde gebeuren. Zit op de lemen vloer en eet de speciaal voor mij gebakken chapatis, gebakken op de lemen oven gestookt met gedroogde koeienvlaaien.

 

Heilige Ganges

Elke morgen rond vijf uur ben ik aan de Ganges. Ik wandel en geniet van de meest gekke, de meest kleurrijke, de meest levendige stad ter wereld. Alle aanbiedingen van boten, bloemen en zijde glijden langs mij heen en ik word nergens door gestoord. Knuffel met de schooiertjes en de bloemenmeisjes, drink thee bij de stalletjes. Zit op de trappen en geniet van de zwoegende, op stenen slaande, geluid makende wasmannen en vrouwen. Zie de vele kleurrijke sadhu’s welke van heinde en ver naar de Ganges komen om hun rituele bad te nemen in het heilige water.

De zon komt op als een mystieke rode bal en Varanasi verrijst uit de mist, de tientallen ghats worden zichtbaar. Er drijft een man op het water, zijn handen gevouwen naar de hemel. Mensen kopen hun bloemen, hun lichtjes om hun puja te doen op het water. Er ligt een lijk op de draagbaar te wachten om de brandstapel op te gaan. De vuurman loopt vijf maal rond de brandstapel en steekt de volgende stapel aan. De hitte is verzengend. Ik staar in de reinigende vlammen en zie de geest zich scheiden van het lichaam. Het is het grootste verlangen van ieder hindoe om te sterven en verbrand te worden hier in Varanasi aan de Ganges.

Puppies drinken gulzig bij hun moeder. De haan kraait haar morgen groet. De heilige mannen en vrouwen geven hun consulten en lezen je desgewenst de hand of maken je astrologische kaart. Al de trappen worden zorgvuldig geveegd. Alles wat niet verteerd wordt in bakken gedaan, de rest verdwijnt in de Ganges. De zeiklucht beneemt je soms de adem. Boten varen op de Ganges. Boten met mensen, boten met toeristen. De priester doet zijn arati met zwaaiende lichten en galmende bellen.

Wanneer het te warm wordt verberg ik me op mijn kamer, hou mij siësta en doe mijn zangoefeningen. Wanneer ik de straat oploop om wat fruit te kopen is het oppassen geblazen om niet overreden te worden door fietsrickshaw, de scooterrickshaws, de motoren, de auto’s en onder de voet gelopen te worden door de mensen, de koeien en de buffels. Het is echt een gezellige gekte en al neemt de hitte elke dag toe, het is toch beter te hebben dan Calcutta.

Deepah – mijn vriend de bootsman

De volgende avond ontmoet ik Deepah, bootman of eigenlijk beter gezegd, bootjongen. Hij is 21 jaar en heeft zijn vader verbrand een jaar geleden. Zoekt passende echtgenoten voor zijn twee jongste zussen van 16 en 18. Wanneer hij de bruidsschat voor beiden verdiend heeft wordt het tijd om aan zijn eigen huwelijk te gaan denken. Maar eerst de familie. Hij is werkelijk een plaatje en even als mijn muziek-guru een lot uit de loterij. Voor de komende dagen ben ik zijn gast wanneer ik maar wil. We brengen menig uurtje door op de Ganges. Kan hij aanvankelijk niet lang bij de vuren zijn, dit brengt pijnlijke herinneringen omhoog, op het einde van mijn verblijf is dat geen enkel probleem meer. Ik wil terug naar Ramnagar. Heb daar intense herinneringen liggen uit mijn eerste verblijf. Wanneer ik bij de Durga-tempel zit weg van alle toeristen weet ik weer waarom. Maar we kunnen niet zolang blijven Het is te heet om ‘s middags op straat te zijn.

Gevaarlijk

Die avond zit ik te dromen op de trappen van het Assighat en kijk ik naar de rug van een vrouw welke pinda’s verkoopt. Waarom weet ik niet, ik sta op om wat pinda’s van haar te kopen. Op de kar ligt een doodzieke baby van twee jaar. Ik neem het kind in mijn armen en houd het lange tijd tegen me aan. Monsa, de moeder is weduwe. Haar man stierf vorig jaar aan TBC, een van de meest gevreesde ziekten hier. Ze heeft vier kinderen. De oudste zoon is twaalf jaar en speelt de rol van de vader. Ze woont in het winkeltje van minder dan een vierkante meter en samen met de kar biedt dat slaapplaatsen aan het hele gezin. De volgende morgen ga ik terug om Devi te behandelen. Maak me ongerust, het kind is ernstig ziek, heeft vier dagen niet gegeten en hoge koorts. Als het maar geen pokken zijn! Gezien de hitte heb ik er een zwaar hoofd in. Zorg dat er geld is voor voedsel en dat wat nodig is. Tot mijn verrassing zit het kind rechtop wanneer ik die avond terug kom. Terwijl ik het kind behandel word er in het theestalletje naast ons een man in elkaar geslagen. Er wordt mij vriendelijk doch dringend verteld dat het beter is om hier niet meer te komen. Te gevaarlijk, dit is ook India…

Ik heb inmiddels zo mijn vaste stekkies en mijn vaste contacten langs de Ganges. En elke keer wanneer ik mijn voetstappen op de trappen zet onderga ik een diep gevoel van ontroering. Wat een voorrecht om hier te mogen zijn. Ook al is het niet een gunstige tijd wat het weer betreft, ik voel me bevoorrecht. De tijdbom waar ik op leefde in Shillong voel ik hier niet. Er is een jongen verdronken in de Ganges. Zijn lijk ligt naast het water te wachten op identificatie. Vele roerloze gestalten liggen nog te slapen in hun deken gerold. Shiva mensen en gewone mensen. Ik koop een lichtje van een van mijn bloemenmeisjes en zet het uit op de Ganges. Het blijft drijven, dat is een goed voorteken, een nieuwe stralende en gezegende dag…

Mangala – mijn lerares

Mangala, mijn lerares, is ook blij met mij en vraagt me haar te behandelen. Ze knapt enorm op. Maar wanneer haar man een aantal dagen later thuiskomt, laat ze haar energie weer weglopen. Het is wel duidelijk waar ze aan mag werken inmiddels… Hoewel hij haar carrière heeft ondersteund in een land waar vrouwen, hindoe vrouwen wel te verstaan, niet werken nadat ze getrouwd zijn. Zeer uitzonderlijk! Maar elke relatie vraagt om aandacht en de bereidheid om er tijd in te stoppen. Ook hier!

Ik neem Mangala mee uit eten. Ze wil graag naar het duurste restaurant. Dit is niet mijn keuze, ik hou van eenvoudige echte Indiase eethuisjes. Maar ze is bang dat ik ziek word. Beetje voorbarige angst, gezien ik alles van de straat eet, ook al heeft ze me dit nadrukkelijk verboden omdat er verschillende mensen in het ziekenhuis liggen. Maar haar angst is terecht: al diezelfde nacht is het goed mis. Het eten was overigens heerlijk!
Ze zit me uitgebreid te observeren en praat over de ‘uitzonderlijke – altijd aanwezige levensgevende kracht in mijn ogen’. Ze is een boeiende vrouw en we zijn ongetwijfeld verbonden in een eeuwigdurend ‘gipsyverbond’. Wanneer ze deze zomer naar Italië en Duitsland gaat is er misschien wel iets te combineren zodat we elkaar ook in Nederland kunnen ontmoeten.

Afscheidspuja

Ga in alle vroegte terug naar de overkant van de Ganges en doe mijn afscheids-puja in de Durgatempel. Dit keer maak ik de oversteek in de boot. Bied mijn bloemen aan aan de tempelpriester en krijg ze gewijd terug met prasaad. Terwijl ik voor de tempel zit, hang ik mijn bloemen bij Nandi, het rijdier van Shiva en deel ik mijn prasaat met de kinderen. Het voelt zo goed, zo levendig om zelf actief te zijn in je eigen godsbeleving. De vorm en de religie zijn voor mij van geen enkele belang. Ik ben voorbij de vormen. Wanneer het vanuit het hart gebeurd is alles toelaatbaar.

Deepah is zich aan mij gaan hechten. Hij vertelt me dingen die hij nooit eerder met zijn vrienden heeft gedeeld. Neemt me mee naar een echte Indiase film, een ‘love-story’. Drie uur lang rammen mensen elkaar in elkaar, schieten elkaar dood, steken elkaar in brand en daartussen spelen zich de mooiste beelden af. Deepah zit op het puntje van zijn stoel en geniet evenals al die andere honderden jongens waar ik tussen zit. Kijkt me hoopvol aan. Ik begrijp niet waarom mensen zo van geweld genieten…

De kinderen spelen oorlogje bij een van de verbrandingsghats. De geweren zijn gemaakt van de bamboedragers waar de lijken op lagen. Alles wordt gerecycled in India. De Ganges brengt iedere dag wel iets van goud naar de oppervlakte. Alle sieraden van de overledenen worden als een offering aan Shiva gegeven en verdwijnen in het water. Maar er wordt niet naar gezocht, het wordt je geschonken of niet…

De buffels zoeken verkoeling in het water. De melkbussen worden schoongemaakt. Er drijft een dood kalf op het water. De visser gooit zijn netten uit. Hij is van een andere kaste. De bootsman vist niet en de visser ‘boot’ niet. Het meisje wat de kamer poetst mag niet de wc poetsen, dat is voor een andere kaste.

Afscheid

Godzijdank, gezien het feit dat mijn maag dus aardig van streek is, heb ik voor een vlucht gekozen. Dertig uur in de trein zou nu een beetje veel van het goede zijn. Kan de Hare Krishna niet bereiken, dus besluit ik in gedachten mijn kamer te reserveren, wetende hoe razend populair die plek is. Heb na de laatste tocht over de Ganges afscheid genomen van mijn vriendje Deepah die me een fantastisch onvergetelijke tijd heeft bezorgd. Didi Sharda en Bai, mijn rickshaw man en mensen van het hotel zwaaien me uit. Guruji, de eigenaar van het hotel hangt me een bloemenkrans om en wenst me een behouden vlucht.

Bombay – Mumbai

Wanneer ik zes uur later in Bombay, het tegenwoordige Mumbai, aankom is het al 10 uur ’s avonds, maar bij ‘toeval’ hoor ik dat er nog plaats is in de Hara Krishna. Ik heb de vlucht redelijk overleeft, maar voel me belabberd. Wanneer de taxi me afzet en ik mijn kamer moet betalen, alles behalve goedkoop hier, maak ik een stomme vergissing. Ik zie de briefjes van 500 voor 100jes aan en betaal 5500 roepies ipv 1100. De manager ‘telt’ mijn geld en stopt het vervolgens in zijn zak. Ik heb in ieder geval een fantastische kamer, de meest fantastische tot nu toe, ruimtelijk en wonderbaarlijk schoon en koel genoeg om een redelijke nacht door te brengen.

Waarom ik de volgende dag de impuls krijg om mijn geld te controleren, weet ik niet. Dan begint het Indiase spelletje van verstoppertje en verlos. Na 15.00 uur zal ik dan toch mijn geld terug krijgen. Dit gebeurt uiteindelijk nadat ik een uur later dreig een schandaal te zullen ontketenen. Vanaf dat moment zijn ze supervriendelijk en doodsbenauwd dat ik met ‘verkeerde’ gedachten India verlaat. Nou dat was ik zeker niet van plan!

Festival

Mijn lijf laat het toe om nog een paar uur door te brengen aan de Juhu beach, iets wat twee maanden geleden niet mogelijk was ivm de hitte. Gezien de stevige wind van vandaag is dat mogelijk en het doet mijn lijf goed. Er is een driedaags festival in de tempel en ik geniet die avond van de swingende, zingende, dansende Hare Krishna’s. Dat is hun ware kracht en die neem ik mee naar huis. Werkelijk te gek.

Amsterdam

Ik word die nacht keurig gewekt, mijn bagage wordt naar beneden gehaald, ik wordt met de ‘tempeltaxi’ naar het vliegtuig gebracht. Vraag om een plekje bij het gangpad. Kom tussen twee Indiase vrouwen te zitten. De jongste bij het raam valt onmiddellijk in slaap. Ik zit werkelijk klem, de oude vrouw naast het gangpad is invalide en kan nauwelijks opstaan. Ga ik me beklagen of maak ik iets positiefs van de omstandigheden? Ik kies voor het laatste.

De vrouw spreekt geen woord Engels en moet met alles geholpen worden. Mijn maag houdt zich redelijk en ik kan me dus dienstbaar maken en geniet daarvan. Ben ook lijfelijk flexibel en spring gewoon over haar heen en terug wanneer ik ‘nodig’ moet. Kies ervoor om alleen te drinken en houd de schade daarmee redelijk binnen de perken. Wanneer we gewekt worden geniet ik van het tafereel naast mij. Ze reinigt zich ritueel en maakt haar altaartje. Doet haar puja en leest uit de Bhagavad Gita. Ik heb zelf geen handbagage en help haar na de landing tot buiten het vliegtuig waar de rolstoel het van me overneemt. Daar worden wij Amsterdam-gangers opgewacht en in een spurt naar het reeds wachtende vliegtuig gebracht – we zijn te laat. Dit is te gek: geen gezoek in de alles behalve plezierige luchthaven van Frankfurt! Dat is service – petje af!!

Schiphol

We mogen mee en landen om 10.00 uur op Schiphol. De zon schijnt volop op deze 2e dag in april en waarom weet ik niet, ik heb het vermoeden dat ik het voorjaar meeneem naar huis.

Wanneer ik die avond in mijn bed stap heb ik het gevoel dat ik in een waterbed beland. Wat een zachtheid, wat een weelde mijn eigen natuurmatras na al die weken van hardheid. Het voelt werkelijk onwennig…

Om Shanti, Yasmin.

Maart 2001

3Reisverhalen

 

Share