De mensen hier hebben een ongekend positief zelfbeeld en stralen dat uit. Ze geven dat ongetwijfeld door aan hun kinderen – die ook eigenwijs rondlopen met de slogan op hun voorhoofd: Ik BEN oké…

Belém

En zo nemen we afscheid van Alter do Chao waar we een verrukkelijke tijd hebben gehad en vliegen we naar Belém. We worden met een glimlach ontvangen in ons hotelletje Unidos. Hebben diezelfde middag in het verlaten park (het is zondag) een stalker aan onze broek hangen – wat niet echt jofel voelt – maar eenmaal aan het dok proeven we iets van de sfeer van het ware Carnaval. De volgende morgen moeten we vroeg vertrekken om het vliegtuig te halen naar Natal. De taxi is te laat en onze manager brengt ons hoogst persoonlijk naar het vliegveld. Maar eerst krijg ik nog een welgemeende knuffel van zijn moeder! Steeds opnieuw HARTverwarmend.

Tibau do Sul

Er zijn van die dagen dat niet alles van een leien dakje verloopt. In Fortaleza stappen we over op een andere vlucht en daar gaat iets mis want eenmaal in Natal is onze bagage er niet. We hebben niets behalve datgene wat we aanhebben. Eerst een aantal formulieren invullen voor we de bus kunnen pakken naar Tibau do Sul. Terwijl we op de bus wachten hebben we nog een ontmoeting met Joachim met zijn mismaakte benen en zijn goddelijke uitstraling. Mijn dag kan niet meer stuk!

Tibau do Sul is een mooie plek aan de prachtige Atlantische kust – achteraf verreweg het mooiste stuk kust wat we tegenkomen. We wandelen uren langs het strand – duiken in ons blootje in alle vroegte de wonderschone zee in – proeven de sfeer van dolfijnen en zeeschildpadden die hier in grote getale zitten maar die we niet zien omdat we er ongetwijfeld niet echt ons best voor doen – en als we er genoeg van krijgen klimmen we ergens een stijl trapje tegen de rotsen op om op eenmaal op de weg het busje te nemen naar Pipa – een toeristenplek waar wij niet willen zijn maar waar je heerlijk kunt lunchen – of we gaan gewoon terug naar Tibau. Het duurt anderhalve dag voor we onze bagage hebben maar uiteindelijk komt ook dit weer goed.

We blijven drie dagen op deze heerlijke plek en zakken dan weer een stukje verder – via een sharetaxi naar Joao Pessoa en gaan dan met een privéauto naar een vissersplaatsje. Het is een hele onderneming om in Pitimbu te komen! Het strand is er duidelijk veel minder en er ligt helaas teveel viezigheid maar het ochtendritueel waar de vissers uitvaren op hun primitieve houten bootjes om later met vele mannen de volle netten binnen te gaan halen had ik niet graag willen missen. Een meditatieve en fascinerende bezigheid. We gaan met het lokale busje naar Acau – een absolute uithoek. Het is vele malen schoner en we hebben een verrukkelijke dag aan de rivier en in de zee – nergens een toerist te bekennen. ’s Avonds zitten we op straat op het busje te wachten – terwijl Giri met Tamara een eenvoudig doch fascinerend spel met de dop van een fles speelt. Ik doe niets dan observeren. Ik zie een stralend smoeltje – vol van gelukzaligheid. Op dat moment besluit ik de ballonnen en de bellenblaas in de prullenbak te gooien. Waarom kinderen die zo totaal zijn en zich zo vermaken met niets het gevoel geven dat ze iets nodig hebben – waardoor de kiem wordt gezaaid van meer en meer en meer en uiteindelijk van begeerte…
Ik heb maar één echt verwend jochie gezien. Hij zat met zijn rijke pappie en mammie in een dure Pousada en had een elektrisch bestuurde auto. Hij verveelde zich duidelijk en was doodongelukkig. Jammer genoeg zag ik hem niet meer anders had hij een flesje bellenblaas gekregen. Was hij vast blij mee geweest – met de aandacht bedoel ik.

Na een uurtje komen we er achter dat het laatste busje al weg is. Ook geen punt. Er is een aardige meneer die een eigen auto heeft en die brengt ons wel even terug naar onze Pousada in Pitimbu. Helaas is de plek waar we slapen echt beneden maat – dus na een paar dagen trekken we weer verder. Met het plaatselijke busje – geschikt voor 8 personen – onze bagage en de jongens in de bak en nog 14 andere mensen en heel veel plezier gaan we naar het eerstvolgende grote plek. Hier pakken we de omnibus naar Recife – de metro en de bus naar Olinda.

Olinda

Olinda is een stad met een lange koloniale geschiedenis. In 1631 werd ze in brand gestoken door de Nederlanders. Het historische centrum staat als Werelderfgoed op de lijst van UNESCO. Verder trekt de stad veel toeristen door de lokale cultuur, die zich uit in verschillende vormen van muziek en dans, met het carnaval als hoogtepunt.

Even wennen bij het binnenkomen aan de gidsen die zich aandienen – maar al snel zijn we tussen de lokalen en is het een verrukkelijke plek waar alle dingen die ik tot nu toe gemist heb zomaar op ons pad komen. We maken de laatste avond van het Carnaval mee – wat hier maar liefst elf dagen duurt. Het is een heerlijk sfeertje met verklede mensen en veel muziek en blijheid. We zien mensen de samba dansen. Maak muziek op straat en kinderen beginnen spontaan te dansen. Ze komen waarschijnlijk dansend en zingend op de wereld! Als we onverwacht ook nog een demonstratie Capoeira meemaken – nou ja wat wil je dan nog meer. Kortom, een verrukkelijk stadje met veel mooie geveltjes en leuke terrasjes en verrukkelijk acaï – een nationaal gezond vruchtengoedje – erg lekker en natuurlijk prachtige, liefdevolle en care-tekende mensen. Wat ik merk als ik Giri plotseling kwijt ben. Dat is al opgemerkt en er wordt mij de weg gewezen – en HOE!

Capoeira is een spel, vaak omschreven als een Braziliaanse vecht-dans (dança-luta). Zij heeft haar wortels in de tijd van de slavernij in Brazilië. Twee mensen spelen het capoeira spel in een door mensen gevormde cirkel, waarvan het hart door een rij muzikanten gevormd wordt.

Emaus – Recife

We bezoeken de Emaus vestiging in Recife. Ik moet door het afval heen kijken – het stinkt letterlijk en figuurlijk naar armoede. Maar de mensen die er onder vandaan komen – en dan ook vooral in de school die ondersteund wordt door Emaus in Italië – ja gewoon hartverwarmend en ontroerend mooi! We hebben niet de behoefte om hier langer te blijven.

We zakken verder af langs de kust richting Rio en belanden bijna in een resort – een aanrader van het toeristenbureau – maar niets voor ons. We slapen in het dorp en hebben geen mogelijkheid om ons te verplaatsen dan met de motortaxi of we moeten liften. Is ook weer een ervaring. Het kost wat moeite om er weer weg te komen. Vanuit Barrios – waar we op het kerkhof en in een begrafenisstoet terecht komen, nemen we de bus naar Maceío. Wanneer blijkt dat we meteen door kunnen reizen naar Salvador – ook al betekent dit dat we nog 600 kilometer en een nacht in de bus zitten, doen we dit.

San Salvador – Bahia

Bahia – het zwarte hart van Brazilië. Afrika in Zuid Amerika – wonderlijk. Ik voel me onmiddellijk thuis hier. Ook al houd ik doorgaans niet van steden – mijn ziel is blijkbaar meer zwart dan blank. We vinden een simpel onderkomen in de wijk Barra – aan de zee – en reizen met de bus op en neer naar het Centrum. Even de spelregels leren en dan kunnen we ons prima en ongestoord bewegen. San Salvador is een stad boordevol leven en tegenstellingen. Straatkinderen – drugs etc. Je vind het hier net zo goed als in elke stad en het is oppassen geblazen – al voel ik met volkomen veilig zowel in de bussen als op de straat. Er wordt muziek gemaakt – er zijn heel veel winkeltjes met kunst en er werken en wonen een aantal prachtige kunstenaars.

De oude binnenstad Pelourinho is erg mooi en vol van leven. Op advies gaan we naar het Balé Folclorico da Bahia en dat is werkelijk een ongelofelijk gebeuren. Het is een overweldigende show van de diverse spirituele tradities en dansen zoals Candomblé – een trancedance, een vuurdans waar je je adem bij inhoudt – Salsa etc. Nadien drinken we een suco (vruchtensap) op straat en geeft Francisco ons een wervelende show van suikerriet – terwijl een jongen met honger in zijn ogen Giri zijn schoenen poetst. Want al is de armoede meer verborgen hier dan in landen zoals India – het is er zeker wel. Toch wordt er nauwelijks gebedeld. En dat is ongetwijfeld een uitwas van het toerisme. Het groen op de straat – oftewel de MP – Militaire Politie – maakt ook dat er een redelijke veiligheid gewaarborgd is voor de toerist. Overtreders van de wet worden niet zachtzinnig aangepakt. Hoe dan ook – ik voel me hier zeker niet onveiliger dan in bepaalde plaatsen in Nederland!

Cachoeira

Dit plaatsje ligt 120 kilometer van San Salvador. Het is het centrum van Candomblé en was voorheen een overslagplaats van suikerriet – tabak en slaven. Veel tradities zijn een gevolg van de slavernij.

In tijden van onderdrukking komen er vele verborgen talenten naar boven die nooit het licht zouden hebben gezien als mensen voortdurend in vrede zouden leven. Vrede is in die zin – op het aardse niveau – een illusie. Om te weten wat vrede is moeten we ervaren wat het is om slaaf te zijn – in welke zin dan ook. En slaaf zijn we allemaal – misschien wij hier in het rijke westen wel vele malen meer dan mensen die wij als slaven beschouwen. We hebben onszelf nogal opgezadeld met een aantal overtuigingen die wij als waarheid aanbidden. En we zijn inmiddels zo afhankelijk van zekerheden en welvaart dat we onszelf nauwelijks nog wijs kunnen maken dat we vrij zijn.

Er zijn in die tijd in deze streek vele slaven ontsnapt en die hebben hun eigen gemeenschappen gesticht in het oerwoud.

We nemen de bus en een extra T-shirt mee en gaan een paar dagen naar dit lieflijke plekje aan de rivier – waar over de ijzeren brug – aangelegd nadat Bahia haar onafhankelijkheid bevocht – het lieflijke zusterplaatsje Sao Felix ligt. We slapen daar in een heus klooster – en Giri voelt zich daar dan ook bijzonder thuis!
Soms heb je het voorrecht om uitgenodigd te worden voor een Candomblé.

Candomblé

Candomblé is een religieuze beweging ontstaan in de tijd van de slavernij. Het heeft elementen van de katholieke eredienst en als basis de traditionele Afrikaanse religie van o.a. voorouderverering. Het voornaamste kenmerk is het geloof in een andere, parallelle wereld van geesten en het maken van contact daarmee door zang, dans, muziek en offerandes.
Nou dat overkomt ons diezelfde avond en we gaan met een busje een uur de heuvels in waar we een aantal uren te gast zijn in een privé huis waar tientallen vrouwen in de leeftijd van 7 – 70 onder leiding van een zg. Gipsie hun rituelen doen. Mannen spelen uren op hun drums om de processen te begeleiden. Het voelt bijna ongepast om daarbij aanwezig te mogen zijn. Dankbaar voor deze belevenis – temeer daar de Casa na deze avond gesloten wordt tot juni.

Daar er maar één ding aan te merken valt op Brazilië en dat is de warmte die je waarachtig kan verlammen – zoals hier – gaan we na twee dagen weer terug naar Salvador – ook warm – maar er zijn gradaties in warmte…

We nemen vanuit de bovenstad de lift naar de benedenstad – waar we geconfronteerd worden met de gevolgen van crack en dat raakt me diep. We nemen op de Mercado Medelo de passagiers-ferry naar Vera Cruz- de havenstad van het eiland Itaparica in ‘de Baia de Todos Santos’. Het is prachtig en heerlijk koel op het water. In Vera Cruz nemen we het busje naar het historische stadje met haar Hollandse geschiedenis Itaparica – en daarna gaan we naar de zee. Het is hier heerlijk zwemmen en vertoeven. Met de grote Ferry gaan we via een andere route terug naar de stad om dan nog een tijdje van deze heerlijke stad en al haar mooie mensen te genieten.

Het einde van negen weken Brazilië komt in zicht. We vliegen donderdagmorgen naar Rio – een afstand van Amsterdam naar Rome – en logeren dit keer in de wijk Santa Teresa – de kunstenaarswijk. Dat wilden we ook die eerste keer – maar dat ging toen niet. We hebben een hele aardige Pousada – maar zitten plotseling wel in een erg Nederlandse sfeer. Hoe dan ook – we krijgen eindelijk de kans om met het trammetje – de bondinho te gaan – die net weer in ere hersteld is. En maken daar werkelijk van alles in mee. Wat heerlijk is dat we voor het eerst in negen weken koel weer hebben – het is maar 27,5 graden en enigszins bewolkt dus we genieten met volle teugen van deze enerverende wijk – het trammetje en het prachtige Parque das Ruinas waar je jezelf midden in de stad in het oerwoud waant en de aapjes in de bomen spelen.

Santa Teresa

Santa Teresa is gelegen op de top van de heuvel Santa Teresa in het centrum van Rio, en is beroemd om haar kronkelende, smalle straatjes. Een favoriete plek voor kunstenaars en toeristen. De wijk is ontstaan rond het Santa Teresa klooster, gebouwd in de jaren 1750 op de Desterro heuvel. Aan het einde van de 19e en vroege 20e eeuw was het een hogere klasse wijk, zoals blijkt uit de prachtige herenhuizen, waarvan er vele nog bewaard zijn gebleven.

Carioca Aqueduct The Santa Teresa Historic Tramway

In 1896 werd het Carioca aquaduct, een koloniale boogjes structuur die werd gebruikt om water te brengen naar het centrum van Rio, omgezet in een brug voor de Santa Teresa Historische Tram (bondinho). De oude tram is nog steeds in gebruik. De rit start in het stadscentrum, nabij het Largo da Carioca plein, kruist het oude aquaduct Arcos da Lapa van 68 meter hoog en gaat door de schilderachtige straatjes van de wijk. Je hebt prachtig uitzichten over de stad. Maar spannend is het af en toe zeker wel – niet alleen op het viaduct maar vooral ook als er een auto op de rails staat!

Terug in de Pousade nemen we een douche en trekken we iets warmers aan. Dan is het tijd om afscheid te nemen en brengt een vriendelijke taxichauffeur (ja wie is hier nou niet vriendelijk!) naar het airport waar we een lange reis voor de boeg hebben. Ik doe naar Parijs geen oog dicht en ook later niet.

Zaterdag 6 maart

Rond de middag zijn we op Schiphol. Ben verrast dat het hier nog steeds zo koud is – ben op geen enkele manier met Nederland bezig geweest – wist niets van de val van het kabinet – kortom – ik moet weer even terugschakelen…
We zijn bijna 20 uur onderweg geweest, hebben een nacht overgeslagen. Ik heb geen meter geslapen in het vliegtuig – en nu is het al weer bijna nacht en terwijl Giri inmiddels heerlijk ligt te slapen ben ik nog steeds klaarwakker…
Er is goed voor mijn huisje gezorgd en het is ook weer helemaal prima om hier te zijn…

Wat maakt Brazilië zo bijzonder

Het blijft natuurlijk een persoonlijke ervaring met mijn kleur. Het is niet het landschap – niet de kleurrijkheid op de straat wat andere Aziatische, Zuid Amerikaanse en Afrikaanse landen zo kleurrijk maakt. Het straatbeeld is eerder Westers en de hele bijzondere natuur hebben wij grotendeels overgeslagen omdat we dan nog meer moesten reizen en Brazilië is enorm groot. 240 maal Nederland…
Het zijn de mensen. De kleur zit in de mensen (vind ik overigens altijd – maar in dit geval in het bijzonder). Er is zo’n prachtige stilte in de mensen – er is zoveel ruimte en tolerantie in de mensen. Prachtig! Je reist en ervaart natuurlijk ook heel anders als je niet in een georganiseerde reis reist. Je leeft letterlijk op straat en bent veel tussen de mensen. Je hebt voortdurend contact, met een woord, een glimlach. Een blik van verstandhouding. Zo ontroerend mooi. Mijn hart klapte letterlijk keer op keer open. Hoewel de taal een beperking inhoudt – is het in dit opzicht zeker geen belemmering.
Je moet wel alles zelf regelen – niet altijd gemakkelijk – maar wel het leven zelf en je word er sterk en onafhankelijk van. En op deze manier ontmoet je de mensen in hun verschillende hoedanigheden.

Ook Brazilië is niet het paradijs. Maar ondanks hun interne moeilijkheden – waar wij westerlingen doorgaans het spotlicht oprichten: we zien nu eenmaal graag de narigheid bij anderen zodat we niet naar onszelf hoeven te kijken – is het leven er ongekend relaxed. Ook in de Favelas. Deze zijn doorgaans veilig zolang de politie eruit blijft. De mensen zijn erg lijfelijk. Er wordt openlijk en overal geknuffeld. Mensen hebben een ongekend positief zelfbeeld en stralen dat uit. Ze geven dat ongetwijfeld door aan hun kinderen – die ook eigenwijs rondlopen met de slogan op hun voorhoofd: Ik BEN oké. Een geweldige voorsprong om op deze manier het leven in te stappen. Geen goed klimaat voor therapeuten!
Zelfs in de grote steden is het leven relaxed. Geloof me ik ben geen stadsmens. Een halve dag in Den Bosch kan me al ziek maken. Ik heb echter enorm genoten van Rio de Janeiro en San Salvador.

Ik ben er nog niet aan toe om diepe ervaringen op papier te zetten. Uiteindelijk is dit nog steeds buitenkant. Maar in mij is er zaad ontkiemt wat op de juiste tijd tot bloei zal komen.

Om Shanti,
Yasmin