Wanneer we Porto verlaten en ons op weg begeven voor de camino naar Santiago, valt mijn oog op een bedelaar die als een koning in een etalage zit te genieten van zijn broodje. Zijn vreugde wordt mijn deel. Wat een plaatje…

We beginnen onze tocht anders dan we verwacht hadden – hoewel ik eerlijk gezegd niet veel heb verwacht. Vila de Conde is een schitterende plek aan de kust met een waarachtig Tempeliers-verleden. Mijn hart gaat er helemaal open. In wezen had hier mijn camino al kunnen eindigen – en dat zou meer dan goed geweest zijn! In de namiddag komen we op de route. Die kun je niet missen al zou je dat willen! Ik begin me inmiddels te realiseren dat Giri en ik niet de enigen zijn die op deze route zitten. Er zijn ongetwijfeld nog zo’n twintig andere pelgrims, herkenbaar met schelp. Pelgrim zijn is een innerlijk gebeuren –verbonden met TAU– wat God betekent en dat behoeft naar mijn gevoel geen uiterlijk betoon. Maar een pelgrimspas hebben we wel, anders kunnen we niet overnachten in de Auberges. Daar breken we de eerste nacht al mee. We vinden een eenvoudig onderkomen voor ons zelf…

Vroege vogels

We zijn vroege vogels. Dat maakt dat we die eerste week geen last hebben van drukte op de weg. De meeste pelgrims vertrekken later. Helaas zijn ook hier de kapelletjes en kerken meestal gesloten. En als ze al open zijn is de binnenkant zo overdadig dat je al snel kwijt raakt waar het nu eigenlijk om gaat…

Een van de hoogtepunten is onze overnachting bij Jacinto en Fernanda. In hun vrije tijd vangen ze gasten op en zorgen voor ons alsof we hun kinderen zijn. En dat alles is absoluut onvoorwaardelijk.

De charme

Na een 120 kilometer zitten we zo ongeveer op de helft en gaan we bij Valencia de grens met Spanje over en komen in het mooie landschap van Gallicië. We brengen een dag door in Tuï; een lieflijk stadje met geweldige tuinen rond de kathedraal. Dan begint het pas echt leuk te worden. De klok gaat weer op Nederlandse tijd. Als we nu om 6.00 uur gaan lopen is het nog anderhalf uur donker. Het pad voert ons regelmatig over de oorspronkelijke Romeinse handelsroute. Maar zijn niet langer de enige vroege vogels, integendeel. Omdat de lopers met een factor 5 verdubbeld zijn, is er een ware run ontstaan om zeker te zijn van één van de schaarse slaapplaatsen in de Auberges. Nee, dit is niet echt mijn ding. Ik heb voortdurend het gevoel dat er iets achter mijn hielen aan hobbelt en betrap mezelf erop dat ik mijn meditatieve gevoel kwijt raak. Oké, ruimte nemen om af en toe van het pad af te gaan en lekker in de natuur te liggen of mijn Qigong-oefeningen te doen dus. Heerlijk! We hebben overigens geweldig wandelweer. Slechts een dag regent het en lopen we ook nog 2 uur over een industrieterrein. Nou geloof me, dan heb je het wel gehad! Maar ik ben verbaasd hoe snel mijn lijf zich steeds weer zich hersteld, temeer daar ik aardig geblesseerd van start ben gegaan. Wat een wonderbaarlijk fenomeen dat lijf van ons! Wat me af en toe opbreekt is het sjouwen van de bagage. En tegelijkertijd is dat de charme: leven met alleen datgene wat noodzakelijk is. Wat heeft een mens toch weinig nodig…

De weg

We bewandelen de weg om vastgeroeste principes keer op keer overboord te gooien. Het is tijd voor iets nieuws. Naar mijn gevoel mogen uiterlijke kerken en heiligenbeelden verdwijnen. Het is niet alleen het geaccentueerde lijden van Jezus wat me tegenstaat – het is eveneens de schijn van heiligheid van Maria. Naar mijn gevoel was zij een Godin en symboliseert zij het midden tussen Licht en Donker, het midden tussen de beide Maria’s.

Wat mij betreft mogen we ons opnieuw verbinden met het mysterie in de natuur – onze ware natuur. Pelgrim zijn is een weg van het innerlijk. Spiritualiteit  in een vorm – traditioneel of nieuwetijds – boet naar mijn gevoel onmiddellijk in aan kracht.

We overnachten in een convent – langs een alternatieve route. Het is een prachtige plek die al jaren geen bestemming meer heeft. Er zijn ruim twintig eenvoudige slaapplaatsen. Douchen doe ik hier niet en de toilet gebruik ik liever buiten – maar dat is nooit een punt geweest. Wat is er nu heerlijker dan ’s  nachts onder de sterrenhemel te zitten? Onze gastheer is niet zo praktisch, dus storten Giri en ik samen met de Poolse Leo ons op het in elkaar knutselen van een maaltijd. Het wordt goed ontvangen kan ik wel zeggen en we genieten daar reuze van. Ik zou hier zo kunnen blijven en iets moois beginnen…

Een mirakel

We overnachting de laatste nacht niet ver van Santiago. We vertrekken die ochtend pas rond 10en en je kunt het geloven of niet, we komen geen enkele wandelaar tegen. Een mirakel! Na een paar prachtige ontmoetingen zijn we plots in het centrum. De kathedraal is imposant. De bron is mooi en ik dompel mijn handen onder in onschuld…

We mogen niet met de rugzak de kathedraal in dus zoeken we eerst een slaapplekje in een simpel hostel. Santiago is levendig en toeristisch. Ik schat dat er elke dag zo’n 500 – 750 pelgrims te voet binnenkomen. En niet te vergeten de bussen toeristen die er elke dag gedropt worden. Toch is de sfeer prettig en ontspannen. Er wordt muziek gemaakt en veel gelachen en soms gehuild. Kijk, wat wij doen stelt geen moer voor – maar er zijn mensen die een half jaar of langer onderweg zijn. Zij worden binnengehaald door hun partner, familie, noem maar op. Je kunt je voorstellen dat dit een geweldige transformatie is voor beide partijen.

Certificaat

Het is een rare toestand om je laatste stempel te halen. Het lijkt meer op een gevecht. En nee, dat certificaat hoef ik niet – ga ik toch niet aan de muur hangen. Oké, dan ook maar even in de rij voor de crypte van Jacobus. Ook daar heerst een rare energie. Ik noem het voor het gemak spirituele hebzucht.

>Goden

Mensen zijn goden, al weten ze dat vaak niet meer. Dat is ook duidelijk als je iets van het nachtleven meemaakt van de – doorgaans zeer jonge – pelgrims. Het rumoer onder ons raam wordt steeds luidruchtiger. Rond 3.30 uur gaat de eerste machine over de straat om het glas etc. weg te vegen. Daarna volgt de man met de bezem en nog voor het licht wordt komt de sproeiwagen. Wanneer de nachtelijke feestganger tegen de middag weer op het toneel verschijnt is hij zich niet bewust van de rotzooi die hij achter gelaten heeft. Alles is inmiddels weer spic en span. De show must go on. Leve de economie!

Nieuwe start

We nemen de bus naar Muxia. En hoewel ik twee uur in de bus zit – me duf voel en me afvraag wat ik daar in godsnaam ga doen – is dat gevoel op slag verdwenen als ik de Atlantisch kust zie. Wouw, hier ben ik weer helemaal meZelf en kan ik God aanraken en zien in alles. Vlinders in allerlei kleuren en maten begeleiden ons op ons pad. We verbranden onze versleten kleren in alle vroegte op het strand – symbool voor een nieuwe start.

Keltisch spreekt men hier. We zouden net zo goed in Ierland kunnen zijn. Het einde van onze tocht is ongetwijfeld even waardig en indrukwekkend als het begin…

Relaxt
We vliegen van Santiago terug via Madrid. En wat ik niet zou hebben kunnen bedenken is dat ik zo zou genieten van deze stad met haar zes miljoen inwoners. Zo relaxt! Ook hier tussen de mensen, op het overvolle plein Puerta del Sol – ben ik gewoon meZelf…

Dankbaar dat wij samen wederom iets mochten vormgegeven – wat geen vorm behoeft. Dankbaar dat mijn lijf het heeft gekund en dankbaar dat ik weer all-een ben in mijn kleine paradijsje wat in alle opzichten vreugde en rust uitstraalt…

Om Shanti,
Yasmin